Categoriearchief: Slavernij

Frank Dragtenstein: Alles voor de vrede: De brieven van Boston Band

Titel: Alles voor de vrede: De brieven van Boston Band
Auteur: Frank Dragtenstein
Prijs: € 17,50
ISBN: 978-90-74897-53-2
Bestellen: info@amritpublishers.com

“Alles voor de vrede” laat de correspondentie zien tussen de tot slaafgemaakte Boston Band en het koloniaal bestuur in Suriname. De brieven van Boston zijn uniek, enerzijds omdat ze in het midden van de 18e eeuw door een (ex-)tot slaafgemaakte zijn geschreven, in een periode waarin tot slaafgemaakten niet of nauwelijks schreven of het hen zelfs verboden was te leren lezen en schrijven.

Inhoud
“Alles voor de vrede” laat de correspondentie zien tussen de tot slaafgemaakte Boston Band en het koloniaal bestuur in Suriname. De brieven van Boston zijn uniek, enerzijds omdat ze in het midden van de 18e eeuw door een (ex-)tot slaafgemaakte zijn geschreven, in een periode waarin tot slaafgemaakten niet of nauwelijks schreven of het hen zelfs verboden was te leren lezen en schrijven. Deze brieven zijn van grote betekenis in de historiografie van de slavernij omdat heel weinig schriftelijke getuigenissen uit boven genoemde periode zijn overgeleverd. In de mondelinge overlevering is Boston bekend gebleven en wordt hij hooggewaardeerd als ‘stamouder’, verzetsstrijder, intellectuele schrijvende ex-tot slaafgemaakte en initiatiefnemer van de vrede. Hij arriveerde vermoedelijk na het jaar 1749 in Suriname en stierf in 1766. In het midden van de 18e eeuw werd hij één van de leiders van rebellerende slaven in Oost-Suriname. Boston heeft door zijn correspondentie met het koloniaal bestuur in Suriname de vrede tussen dat bestuur en de Marrons in het oosten van dat land bewerkstelligd en vorm gegeven. Het is bijzonder dat gebeurtenissen in de geschiedenis van de slavernij en verhoudingen met de slavenhouder of kolonisator ook vanuit het perspectief van een Marron worden belicht. Uit de briefwisseling blijkt dat in de periode tussen 1757 en 1763 Boston zijn stempel heeft gedrukt op de verhouding tussen het bestuur en gevluchte slaven in Suriname. Met de brieven van Boston wordt aan de bestaande publicaties over de Marrons het perspectief van een tijdgenoot, ex-slaaf en Marron zelf, toegevoegd.

Henk den Heijer: de nieuwe ideoloog van het kolonialisme

“Het was zeker niet prettig aan boord van slavenschepen, maar vaak stierven er procentueel gezien meer bemanningsleden dan slaven”, schrijft de NRC naar aanleiding van een oratie van Prof. Dr. Henk Den Heijer. “Nederlandse slavenhandel minder wreed dan gedacht” kopt de website van Radio Nederland Wereldomroep.“Zie je wel!” moet menig gekoloniseerde geest gedacht hebben. “Het was toch niet zo erg met slavernij, zoals die ellendige zwarte schreeuwers beweren. Nu heeft een wetenschapper, een professor, met harde feiten laten zien hoe het werkelijk was.”En het mooiste is als een zwarte deskundige de blanke professor bijvalt. Aspha Bijnaar, onderzoeker bij het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en –Erfenis wordt bij de Wereldomroep geciteerd: “Het is heel makkelijk om te zeggen hij bagatelliseert maar wat, of het is maar zijn eigen visie. Ik kan zelf niet nagaan of het klopt, maar hij is een historicus en ik neem aan dat hij er zijn argumenten voor heeft. Dus ik gooi het niet meteen weg. Het is een nuance op het onderwerp en daar moet de wetenschap voor zijn.”Zo, die hebben ze in ieder geval in hun zak.

Ik heb de oratie van Den Heijer gelezen. Het is lachwekkend: de ideologische nonsens die als wetenschap gepresenteerd wordt.
Den Heijer maakt een grote wetenschappelijke fout in zijn redenering, namelijk het verschijnsel slavernij als misdaad tegen de menselijkheid karakteriseren met kenmerken die er helemaal niet aan toe doen. Dat zal ik demonstreren met een voorbeeld.

Wat is het verschil tussen een ezel en een mens? Een normale wetenschappelijke benadering van die vraag komt neer op het formuleren van de criteria die de wezenlijke verschillen aanduiden tussen een ezel en een mens, en meer in het algemeen tussen een dier en een mens. Discussie tussen wetenschappers leveren dan criteria op zoals het denkvermogen, het vermogen om te communiceren etc. Hoe groter het denkvermogen, hoe ontwikkelder het dier. Hoe groter het vermogen om te communiceren, hoe ontwikkelder het dier.

Stel nu dat iemand zou zeggen: het onderscheidend criterium tussen het denkvermogen van mens en dier is het aantal poten dat ze hebben. Hoe meer poten, hoe intelligenter het dier? Dat zou betekenen dat een ezel ontwikkelder is dan een mens en een duizendpoot intelligenter dan een ezel. Die persoon zou uitgelachen worden. Waarom? Omdat het aantal poten niet het onderscheidende criterium is voor intelligentie. Dat criterium doet er niet aan toe om het karakter te bepalen van de intelligentie van een dier.
Dit is basiskennis uit het eerstejaarscollege methodologie in de wetenschap.

Wat is nou het onderscheid kenmerk van de transatlantische slavernij? Waarom is dat systeem door de VN uitgeroepen tot een misdaad tegen de menselijkheid? Omdat er een systematisch beleid van regeringen was om grote aantallen mensen te brengen in mensonwaardige omstandigheden van onderdrukking en uitbuiting. Miljoenen mensen zijn geroofd uit Afrika. Ze zijn tegen hun wil overgebracht naar een ander continent om onder permanente angst voor marteling en mishandeling gratis te werken voor Europeanen, die er ook rijk van geworden zijn. Ze hebben gedurende 250 jaar tientallen miljoenen kinderen gekregen die onder het hetzelfde systeem hebben moeten leven, werken en sterven. Hoe ze vervoerd zijn is, niet het wezenlijke kenmerk van deze misdaad tegen de menselijkheid. Hoe ze geroofd, onderdrukt en uitgebuit zijn, zijn de wezenskenmerken van het systeem.
Dat is basiskennis voor de eerstejaars student van de geschiedenis van slavernij en zou dat zeker moeten zijn voor Aspha Bijnaar die werkt bij een kennisinstituut over het slavernijverleden.

Wat zegt Den Heijer? Hij betoogt dat slavernij geen misdaad tegen de menselijkheid is. Hij citeert met instemming historici als Robin Law die pleiten tegen het concept van slavernij als een misdaad tegen de menselijkheid. Maar zijn kernargument is: als er artsen aanwezig waren op de schepen, als er weinig vrouwen zijn verkracht, als er niet veel opstanden zijn geweest op de schepen, dan was er geen misdaad tegen de menselijkheid. De mensen zijn “ normaal” behandeld zoals andere goederen die je moet verkopen. En “normaal” duidt op wat de onderdrukkers in die tijd normaal vonden, niet wat de tot slaaf gemaakte Afrikaan normaal vond. Zijn begrip van wat “normaal” is, tekent ook de ideologische vooringenomenheid van Den Heijer. Hoe normaler de scheepsreis volgens de normen van de onderdrukker, hoe minder erg slavernij was. Hoe meer poten een dier heeft, hoe slimmer hij is.

Den Heijer citeert de Amerikaanse historicus Robert Harms die een scheepsjournaal beschrijft. Den Heijer: ”Tijdens die reis deed zich niets bijzonders voor: geen slavenopstand, geen buitensporig geweld of seksueel misbruik van slaven, geen grote sterfte en geen extreme weersomstandigheden. Het was een routinereis zoals er eeuwenlang velen zijn gemaakt. Tussen de microgeschiedenis van het journaal weeft de auteur het grotere verhaal van de trans-Atlantische slavenhandel, waarin hij naast het gewone ook de excessen belicht. Harms doet dat op een bewonderenswaardige manier zonder een eenzijdig beeld te schetsen of een moraliserende vinger te heffen. Tegelijkertijd toont hij empathie met de slachtoffers door het onkenbare te benoemen. ‘We can never know what thoughts formed in their minds, what feelings welled up in their breasts, or what images of home and family passed before them in kaleidoscopes of memory, but it was a moment they never forget’. Den Heijer voegt eraan toe: “Ik denk dat niemand dat laatste zou willen betwisten.”

Dat, heer Den Heijer, is nou precies wat wíj betwisten! Die zwarte wezens in dat schip waren mensen, geen beesten van wie niemand weet wat zij zouden kunnen voelen en denken. Het is onzin om te stellen dat we niet kunnen weten wat zwarte mensen voelen en denken toen ze geroofd werden uit hun hutten, geketend werden in de havens van vertrek, gebrandmerkt werden en op schepen gevangen zijn gezet om naar een ander continent vervoerd te worden.
Iedereen kan weten dat de zwarte mensen op de schepen gevoelens hadden van wanhoop, verdriet, ellende en onrecht. Het is basiskennis over het wezen van de mens. Als je eerst een schriftelijk getuigenis nodig heb van een tot slaaf gemaakte Afrikaan op een slavenschip om daarvan overtuigd te raken, dan ben je een racist. En de zwarte Afrikaan, hoe moeilijk ook te begrijpen door Harms en Den Heijer, is een mens. De basiskennis over wat een mens is, ontbreekt bij de professor.

Den Heijer geeft ook een volstrekt vals beeld van het slavenschip. Zijn vergelijking van de sterftecijfers van de bemanningsleden en de tot slaaf gemaakte Afrikanen wekt de suggestie alsof het om gelijkwaardige personen gaat, waarbij de bemanningsleden er vanwege de hogere sterftecijfers er slechter aan toe waren dan de Afrikanen.
Maar de slavenschepen waren geen passagiersschepen, maar drijvende gevangenissen die mensen vervoerden die gevangen genomen waren. De zwarten waren geen passagiers op weg naar een normale bestemming, ze waren gevangenen op weg naar de hel! De bemanningsleden waren niet hun medepassagiers, maar hun gevangenenbewakers! En of er nou meer of minder bemanningsleden stierven als gevolg van ziekte en of er meer of minder vrouwen werden verkracht, verandert geen jota aan die verhouding.

Het belachelijke karakter van Den Heijers oratie wordt duidelijk als we zijn methode toepassen op een andere misdaad tegen de menselijkheid: de Joodse holocaust.
Er zijn studies verschenen over treinen die Joden vervoerden naar de vernietigingskampen. In die studies is duidelijk geworden dat zonder het vervoermiddel de trein de enorme schaal van de massamoorden onmogelijk zou zijn geweest. De organisatie van het vervoer van de Joden was opgezet als een “normaal” vervoer van massagoederen. De nazi’s hadden het efficiënt opgezet. De logistiek was perfect. Geen historicus zou het in zijn hoofd halen om de studie van de trein los te koppelen van het grotere plaatje: de vernietiging van de joden in de gaskamers. En helemaal niemand zou durven beweren: als er weinig opstanden en mishandelingen waren tijdens de treinreis (en er waren weinig opstanden en mishandelingen), dan was de holocaust toch minder erg dan we tot nu toe dachten. Want iedereen ziet dat niet het transport van de Joden het wezenlijke kenmerk is van de holocaust, maar hun vernietiging. Die redenering zou niet eens serieus genomen worden in het geval van de Joodse holocaust. In het geval van de zwarte holocaust is dat anders. Dan kan Aspha Bijnaar zeggen: “Dus ik gooi het niet meteen weg. Het is een nuance op het onderwerp en daar moet de wetenschap voor zijn.”

Het idee dat het transport van tot slaaf gemaakte Afrikanen een wezenlijk criterium is om te bepalen of slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is, komt niet van de wetenschap maar van een politieke ideologie, die van het wetenschappelijk kolonialisme. Wetenschappers zoeken de waarheid, een ideoloog als Den Heijer zoekt een rechtvaardiging voor het kolonialisme van zijn voorouders. Dat verschil kent Bijnaar blijkbaar niet.

Hoe komt dat? Dat heeft alles te maken met de kolonisatie van de geest. Sommige zwarte wetenschappers zijn getraind in de mentaliteit van sakafasi, van nederigheid en onderdanigheid tegenover blanke vertegenwoordigers van het kolonialisme. Hun kritische denkvermogen wordt systematisch onderdrukt op de Nederlandse universiteiten.

Tot mijn verdriet geldt dat ook voor de nieuwe mastersopleiding geschiedenis van de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Ik kreeg onlangs een mail van de voorbereidingsgroep bestaande uit Maurits Hassankhan, Eric Jagdew en Jerry Egger gericht aan mij en o.a. Gert Oostindie en Alex van Stipriaan. De heren willen in februari 2012 een conferentie organiseren over de geschiedschrijving van Suriname. “Het ligt niet in de bedoeling om debatten te organiseren tussen aanhangers van verschillende stromingen die er (zouden) zijn,” schrijven ze. “Wij hopen en verwachten dat wij op rationele en correcte wijze over het onderwerp kunnen discussiëren.” God en de voorbereidingsgroep weten wat “rationele en correcte” discussies zijn, ik niet. Op mijn vraag om de criteria te definiëren voor wat “rationeel en correct” is het ijzingwekkend stil gebleven.

Dit is nog eens een vernieuwing in de wetenschap. Alle wetenschappelijke conferenties die ik tot nu toe heb bijgewoond, hebben als doel om wetenschappers met elkaar in debat te laten gaan en zonder enige beperking meningen te laten uitwisselen. De deelnemers hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar ze moeten de vrijheid hebben om hun kritiek te kunnen uiten. De historici van de Universiteit van Suriname kijken met een onderdanige blik naar hun professoren in Nederland, die het debat vrezen, en laten hen weten: ‘Ija meester, we gaan echt ervoor zorgen dat die Sandew Hira jullie niet gaat bekritiseren op onze conferentie hôr.’ Ze willen een conferentie waar geapplaudisseerd wordt voor deze lieden, niet waar met ze wordt gedebatteerd. Die werkwijze haalt het niveau van de universiteit omlaag.

Ik vertelde een vriend van mij, die een studie maakt naar autoritaire regimes in Latijns-Amerika, over deze conferentie en de regel dat er niet gedebatteerd mag worden en slechts op een “correcte” manier mag worden gediscussieerd.
Hij vroeg me: “Hebben jullie een militaire dictatuur in Suriname?”
“Nee”, antwoordde ik. “We hebben Hassankhan, Jagdew en Egger.”

Wees gerust heren, zulke conferenties kan ik missen als kiespijn. Het zijn geen hoogstandjes van de wetenschap, maar het verklaart wel waarom Den Heijer de groots mogelijke ideologische onzin kan verkopen zonder dat dit soort Surinaamse historici hem van repliek dienen.

De universiteit is genoemd naar Anton de Kom. En die schreef ooit:
“Want geen volk kan tot volle wasdom komen,
dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft.”

Sandew Hira
Dit artikel is eerder verschenen in starnieuws

Boekbespreking Leo Balai: Het slavenschip Leusden

Datum: 27 oktober 2012
Betreft: Boekbespreking Leo Balai: Het slavenschip Leusden

Op zondag 28 oktober oganiseert de Vereniging Ons Suriname een lezing door Dr. Balai gevolgd door een commentaar van Dr. Guno Jones. Daarna interviewt Ivette Forster de beide doktoren. Sandew Hira heeft een kritische bespreking gemaakt van de dissertatie van Balai als een toonbeeld van een studie vanuit de optiek van het wetenschappelijk kolonialisme.

“Studies over slavernij en kolonialisme in Suriname zitten altijd in het spanningsveld van
de twee stromingen in de geschiedschrijving: het wetenschappelijk kolonialisme en Decolonizing the Mind. Waar past de studie van Balai in dit spanningsveld?
Balai’s thema is het slavenschip Leusden. Op 1 januari 1738 verging voor de monding van de Marowijnerivier in Suriname het slavenschip Leusden van de West-Indische Compagnie (WIC). Van de 716 in Afrika ingescheepte gevangenen overleefden er slechts 16 de ramp. Van de 368 pagina’s is maar een paar
pagina’s aan de ramp gewijd. De studie gaat niet zozeer over de ramp, als wel over het transport van de tot slaaf gemaakten.”

Klik hier om de volledige bespreking te downloaden.

Debat Carla Boos versus Sandew Hira

Datum: 18 september t/m 16 oktober 2011
Betreft: NTR serie De Slavernij

Nooit eerder was de verontwaardiging onder zwarte mensen over een televisieserie in Nederland zo groot. De controverse rond de serie ‘De Slavernij’ bereikt een curieus dieptepunt wanneer de wetenschappers uit wiens kokers deze serie zijn fundament kreeg zich publiekelijk ervan distantiëren. Eenzijdigheid van perspectief, valse voorstellingen en ‘verzwegen verleden’ zijn veelal eigen aan het geschiedbeeld zoals dat van generatie op generatie is doorgegeven. Onderkend moet worden dat geschiedbeelden en historisch bewustzijn een deel zijn van het immateriële erfgoed. Ze zijn van betekenis voor het gevoel en de ervaring van de continuïteit, i.c. de identiteit van persoon, groep of natie. Ze functioneren als bindmiddel naar binnen toe en afbakening naar buiten toe tegenover ‘buitenstaanders’.

Naar aanleiding van de discussie over de NTR-serie De Slavernij organiseerde Vereniging Ons Suriname een debat tussen Carla Boos (eindredactuer van de NTR serie De Slavernij) en Sandew Hira (criticus van de serie) op zondag 30 oktober 2011, met als thema: De Toekomst van het Slavernijverleden: Dékoloniseer de Geest! NOS Teve heeft een volledige registratie gemaakt van het debat op 30 oktober. De organisatoren zijn Tico Vos en zijn team bij NOS TeVe heel dankbaar voor het werk dat hij doet voor decolonzing the mind en het vastleggen van debatten. Het kan als educatief materiaal gebruikt worden in discussies over geschiedenis en identiteit.

Hilde Neus versus Sandew Hira

Datum: 2 juli 2011
Auteur: Hilde Neus
Titel: De wetenschap van Sandew Hira

In De Ware Tijd van 2 juli 2011 uitte Hilde Neus in een artikel kritiek op het werk van Sandew Hira. “In de discussie over de slavernij is de afgelopen tijd een persoonlijke noot geslopen. Naar aanleiding van een hoogopgelopen discussie tussen Sandew Hira en Gert Oostindie schreef de eerste de bundel ‘Decolonizing the Mind’ (2009). In deze publicatie verwijt hij Oostindie en anderen zich niet met wetenschap bezig te houden maar met ideologie.”
Klik hier om het hele artikel te lezen.

Datum: 4 juli 2011
Auteur: Sandew Hira
Titel: Reactie op Hilde Neus

“In De Ware Tijd van 2 juli heeft Hilde Neus kritiek op mijn werk geuit in een artikel getiteld “De wetenschap van Sandew Hira”.
Ik juich deze ontwikkeling van harte toe. Kritiek is de essentie van een democratie en van een gezonde wetenschapsbeoefening. Het eerste punt van kritiek van Neus is dat ik de vrijheid van meningsuiting zou beperken. Ze schrijft: “Hij prijst de nieuwe hoogleraar slavernijgeschiedenis Stephen Small omdat iedereen van hem mag zeggen en denken wat ie wil. Je hoeft het niet met hem eens te zijn. Maar Hira kijkt hier zélf helaas niet in de spiegel. Andere wetenschappers geeft hij een veeg uit de pan.”
Neus maakt hier een beginnersfout in de wetenschap.”

Klik hier om de volledige reactie te lezen.

Walther Donner versus Sandew Hira

CoverZunderWebDatum: 17 augustus 2010
Auteur: Walther Donner
Titel: Raaskallen over slavernij toestanden

Met de publicatie van het boek van Armand Zunder over herstelbetalingen is een nieuwe stap gezet in de richting van de geschiedschrijving van slavernij en kolonialisme in Suriname. Zunder beargumenteert dat slavernij een misdaad was tegen de menselijkheid, analyseert de economische mechanismen van het systeem van uitbuiting en onderdrukking, berekent hoe groot de schade is die Suriname en haar bevolking hebben geleden onder het Nederland kolonialisme en houdt een pleidooi voor herstelbetalingen. Walther Donner heeft kritiek op deze benadering.

“Op l juli j.l. was het weer raak met het geraaskal over slavernijtoestanden. De tragiek is dat zelfs intellectuelen die het beter zouden moeten weten hieraan
meedoen. Allerlei mythen die ons logisch verstand geweld aandoen werden
als gebruikelijk weer van stal gehaald. Elke oproep tot zelfrespect en
zelfredzaamheid bleef als gebruikelijk uit. De mishandelingen en
aframmelingen die onze voorouders moesten ondergaan werden breed
uitgemeten om daaruit argumenten te putten om de Hollanders daarvoor
verantwoordelijk te stellen zodat ze kunnen worden uitgemolken of kunnen
worden aangesproken voor genoegdoening zodat we onze trauma’s kunnen
kwijtraken. Nieuw was deze keer het verhaal van een schooljuffrouw die de
kinderen voorhield hoe de slavinnen werden verkracht daarbij vergetend te
vermelden dat in die tijd zwarte vrouwen niet behoefden te worden verkracht
aangezien kinderen geboren uit een dergelijke daad het immers altijd beter
hadden dan zwarte kinderen.”

Klik hier om het hele artikel te lezen.

Datum: 20 augustus 2010
Auteur: Sandew Hira
Titel: Wetenschap en slavernijgeschiedenis: een antwoord aan Prof. Dr. Walther Donner

“De titel van zijn bijdrage luidt Raaskallen over slavernij
toestanden. Raaskallen betekent razen, tieren,
kletsen, doordraven of leuteren. Donner verwijt zijn
opponenten dat ze kletsen of leuteren over slavernij
en niet weten waar ze het over hebben. Sommige
mensen zouden aanstoot kunnen nemen aan zijn stijl,
maar die stijl wil ik hier graag verdedigen. Iedereen
heeft het recht op een eigen stijl van argumenteren.
In de wetenschap wordt de waarde van een bijdrage
niet bepaald door de stijl, maar door de inhoud
van de argumentatie. Opponenten van Donner
zouden de inhoud van zijn argumentatie moeten
beoordelen en de stijl beschouwen als zijn recht op
vrije meningsuiting.”

Klik hier om de volledige reactie te lezen.