Alle berichten van iisrnl

De standup comedy van Cynthia McLeod

Sandew Hira, 4-10-2019

Cynthia McLeod heeft een TED-talk gehouden die het karaker heeft van een standup comedy, maar ze bedoelt het niet zo. Ze is bloedserieus en ziet helemaal niet in hoe lachwekend haar verhaal is. En wat het nog hilarisch maakt, is het publiek dat naar haar luistert. Die heeft niet door dat het een standup comedy is en gaat enthousiast mee in haar verhaal. Wat is er aan de hand?

McLeod heeft het verhaal ontdekt van Elisabeth Samson (1715-1771). Haar echte Afrikaanse naam is onbekend, want Afrikanen heten geen Elisabeth of Samson. Samson leefde tijdens ergste tijden van slavernij in Suriname, de achttiende eeuw. Duizenden Afrikanen werden gekidnapt in Afrika en werden onder harde omstandigheden onder dwang tewerkgesteld op de plantages in Suriname. Ze moesten gratis werken van zonsopgang tot zonsondergang. De dag begon met een rappel van de opzichter over wie de vorige dag niet goed had gepresenteerd en zweepslagen verdiende. Na hun pak slaag moesten ze de meester bedanken, anders volgende nog meer mishandelingen. De achttiende eeuw was de eeuw van het felle gewapende verzet tegen onderdrukking en uitbuiting in Suriname. Het verhaal van de misdadigheid van slavernij is genoegzaam bekend zou je denken. De Verenigde Naties heeft de trans-Atlantische slavernij uitgeroepen tot een misdaad tegen de menselijkheid. De eigenaren van de plantages die rijk werden door gratis arbeid van Afrikanen, die ze in hun boekhouden noteerden als vee, zoals kippen varkens en ezels, waren misdadigers, criminelen die andere mensen tot slaaf maakten, hun vrijheid ontnamen en hen onder dwang gratis lieten werken.

Zo een crimineel zul je niet gauw als een rolmodel zien. Bij Cynthia McLeod is het anders. Samson was namelijk een zwarte vrouw, die miljonair is geworden met de misdaad van slavernij. Elisabeth was de dochter van Nanoe Samson, die een concubine was van een witte slavenmaker. Ze was vrijgekocht door haar kinderen die zichzelf hadden vrijgekocht. Elisabeth is als vrije zwarte geboren. Elisabeth groeide op in het huishouden van haar halfzuster Maria Jansz , die getrouwd was met Frederik Coenraad Bossé. Ze stond via haar zus en zwager in nauw contact met de blanke elite en leerde zo het zakenleven van nabij kennen. Zij leerde rekenen en schrijven en hielp Bossé’ de administratie. Ze kreeg een verhouding met een Duitse slavenmaker, Carl Otto Creutz, die zwarte mensen onderdrukte en uitbuitte op zijn plantages. Met Creutz bezat ze plantages in de districten en huizen in Paramaribo. Na diens dood in 1762 werd haar vermogen uitgebreid door de nalatenschap. Met haar halfzuster Nanette kocht ze meer plantages op en werd door haar zakentalent één van de rijkste vrouwen in Suriname. Haar vermogen werd in 1771 geschat op een miljoen gulden.

Na de dood van Creutz wilde ze trouwen met een andere witte man, Christoph Policarpus Braband, een koster en organist van de gereformeerde kerk en slavenmaker van een houtzagerij.  Het huwelijk werd verboden door de Raden van Politie, het hoogste bestuursorgaan van de kolonie, omdat vermenging van zwart en blank niet was toegestaan. In plaats van een zwarte man te zoeken, wendde Elisabeth zich rechtstreeks tot de eigenaar van de kolonie, het particulier bedrijf De Geoctroyeerde Societeit van Suriname. Die na drie jaar besloot dat er geen wet bestond die een huwelijk tussen een blanke man en vrije zwarte vrouw verbood. Maar de witte man was bij de uitspraak overleden. Elisabeth zocht weer naar een man, en weer niet naar een zwarte man, maar een veel jongere witte man, Hermanus Daniel Zobre.

Het verhaal is bijzonder: een zwarte vrouwelijke crimineel is miljonair geworden door slavenarbeid, wil niets weten van zwarte mannen en probeerde op alle mogelijke manieren een witte crimineel aan de haak te slaan. Bijzonder, maar geen reden voor een normaal mens om trots op te zijn. Tenzij je geest volledig gekoloniseerd is, zoals die van McLeod. Zij heeft haar levenswerk gemaakt van het bombarderen van de crimineel Samson tot een rolmodel voor zwarte mensen. En niet bij wijze van grap. Ze is doodserieus. Check de Ted Talk voor een enthousiast publiek.

Ze begint. “Neem een willekeurig geschiedenisboek, en je leest alleen maar over mannen. Zelden wordt een vrouw genoemd. Suriname is geen uitzondering” (Publiek lacht om te beamen).

Zo, die zit. Dit is feminisme van hoog niveau. Het is waar. Geschiedschrijving wordt gedomineerd door witte mannen.

McLeod: “In Suriname wordt in veel belangrijke geschiedenisboeken wel de naam genoemd van een vrouw: Elisabeth Samson. En waarom. Er moet iets merkwaardig zijn om haar persoon. En waarom wordt ze genoemd: omdat ze wilde trouwen met een witte man – ze was 100% zwart – en dat huwelijk werd in de kolonie verboden. Ze schreef een brief naar de eigenaar van de kolonie en het bestuur van de kolonie deed hetzelfde. In de brief van het bestuur werden 19 – negentien!! – argumenten tegen het huwelijk genoemd. Maar er was één argument dat ervoor zou kunnen pleiten. Ze was heel rijk en als ze een witte man zou trouwen, dan zou het bezit in witte handen blijven na haar dood.” (Publiek is verontwaardigd. Die hypocriete racisten!!).

McLeod: “De eigenaar verwees de zaak naar de Staten-Generaal, die aangaf dat er geen bezwaar was. Er was geen email of telefoon. Het antwoord heeft drie jaar geduurd voordat het Samson bereikt, maar de beoogde bruidegom was al overleden.” (McLeod lacht, publiek roept “Ahh wat erg”).

McLeod: “Roep niet ‘Ahh’, want ze vond al gauw een andere man, die twintig jaar jongere was dan zij. En daarmee trouwde ze. Dat staat in de geschiedenisboeken. Maar waar hielden historici zich mee bezig. Met de vraag: Hoe is ze zo rijk geworden? Hun verhaal is dan zo: ze moet een slavin zijn geweest, die de concubine was van een plantage-eigenaar, die na zijn dood haar bezittingen aan haar heeft overgelaten. Hoe kwam een zwarte vrouw rijk geworden zijn, anders dan doorzat een witte man haar rijk gemaakt heeft.” (Ze is niet alleen feministisch, maar nu ook anti-racistisch. Ze geniet).

McLeod: “Op één of andere manier hield de vraag me bezig: hoe is zo rijk geworden. Ik moet het antwoord weten. Ik dook de archieven in. Ik heb twaalf jaar onderzoek gevonden. Ik wilde weten: is ze echt getrouwd geweest. JAAA! Ik heb de trouwacte gevonden. Yeah!!! ” (Ze is extatisch)

McLeod leest de trouwacte voor: ” Hermanus Daniel Zobre, leeftijd 30 jaar. De bruid: Elisabeth Samson. Leeftijd: 52! Ze was 22 jaar ouder!” (Publiek is hilarisch, oudere zwarte vrouw slaat witte jonge man aan de haak).

McLeod had zoveel informatie gevonden: “Ik kon met veel feiten laten zien dat de historici de geschiedenis hadden vervalst. Ze heeft haar rijkdom niet door erfenis vergaard, maar door ondernemerskracht.” McLeod zwijgt over het misdadig karakter van haar onderneming.

Nu gaat de anti-racistische sentimenten naar de hoogste versnelling: “Wat vertelt dit ons over Elisabet Samson? Niets. Het vertelt ons alles over de mensen die geschiedenis schrijven: Witte mannen!” (Die zit!)

McLeod over haar rolmodel Samson, de ondernemer: “Ik werd helemaal in beslag genomen door haar levensverhaal. Ik kon nergens ander over praten. Samson stierf drie jaar na het huwelijk en haar witte echtgenoot erfde alles. Haar vermogen was meer dan een miljoen. Jaah!” (Publiek: Waaw!)

McLeod over hoe ze Elisabeth wil promoten als rolmode: “Ik was in New York om te praten voor zakenvrouwen. Ze dachten dat de eerste zwarte miljonair in 1906 was i Amerika. Nee, nee, nee! Het was 250 jaar geleden in Suriname.” (Publiek met een waanzinnig applaus.) McLeod: “Ja!!”

McLeod: “Ze heeft haar geld zelfstandig verdiend. Ze was een excellente zakenvrouw.” (Ze meldt niet: met een misdaad tegen de menselijkheid).

McLeod over de emancipatorische kracht van Samson: “Waarom wilde zij met een witte man trouwen. Ze had alles was met geld te kopen was, maar dat was het enige wat ze niet had: een witte man. Het was een statement: Ik kan dit ook doen. Ze moest veel obstakels overwinnen en ze heeft ze ook allemaal overwinnen. Daarom kan ze een rolmodel zijn voor ons vandaag. Als je iets wil bereiken, ga ervoor. Laat niet je stoppen. Dat is de les die we van Elisabeth kunnen leren.” (Wild applaus en gejoel van het publiek)

McLeod wordt nu heel serieus. Haar man was niet zo blij dat ze volledig in beslag genomen werd door het onderzoek naar Samson. Zij antwoord heel theatraal: “Ik moet dit doen. Het Surinaamse volk wil dat ik dit doe. Ik doe dit voor het volk van Suriname.”

Ze meent het heel serieus: als je een crimineel wil worden, ga ervoor. Drugsdealer, slavenmaker? Laat je niet stoppen. Je kun ook een slavenmaker worden, net als witte mensen. Een zwarte vrouw kan ook uitbuiten en onderdrukken. Je zou denken dit is standup comedy. Dat is het echt niet. Ze is bloedserieus en haar publiek ook.

McLeod brengt feminisme en anti-racisme in haar verhaal om te verhullen wat ze doet: een schandalig betoog om een crimineel as rolmodel voor Suriname te presenteren. Hoe erg moet je geest gekoloniseerd zijn om dat te beweren en als publiek te ondersteunen.

Anton de Kom

Hoe verschillend is dat van  de benadering van een andere Surinamer: Anton de Kom. De Kom kende het verhaal van Samson. Hij had het boek van Julien Wolbers over de geschiedenis van Surname zorgvuldig bestudeerd. En daarin op was pagina 325 het verhaal van Samson in een voetnoot verteld. De Kom was niet onder de indruk en laat Samson waar ze hoort, in de voetnoot van de geschiedenis.  Hij realiseert zich heel goed dat ze haar rijkdom door een misdaad had vergaard.

De Kom heeft uit Wolbers een ander verhaal over zwarte vrouwen naar voren gehaald in zijn boek: het verhaal van Sery en Flora.

Wolbers had in de notulen van de Gouverneur en Raden, die het bestuur vormden van de Nederlandse bezetting van Suriname, een uittreksel gevonden van een dagverhaal van een militaire expeditie van onder leiding vaandrig van de militie, Pieter Molinay, en Vaandrig van de Joodse Compagnie. De militie was een militaire eenheid. De Joodse Compagnie was een militaire eenheid van de Joodse slavenhouders, Vaandrig was de laagste militaire rang.

De expeditie vertrok op zondag 26 november 1711 naar de Boven-Suriname rivier om de ontsnapte vrijheidsstrijders op te sturen. Ze hadden een klein kamp ontdekt en probeerde de mensen in hun slaap te overrompelen. Door oplettendheid van de kampbewoners mislukte dat en het kamp was ontruimd voordat de actie kon plaatsvinden. Wel was men er in geslaagd om een vrouw Sery met haar kind Patienta en een andere vrouw Flora gevangen te nemen. Dit zijn de namen uit het rapport, maar we weten niet wat hun echte Afrikaanse namen waren.

Het rapport van de expeditie vertelt dat de vrouwen verhoord werden met als doel te achterhalen waar andere mogelijke kampen waren van de vrijheidsstrijders, hoe ze met elkaar communiceerden, welke banden ze hadden met de totslaafgemaakten op de plantages, hoeveel vrijheidsstrijders ontsnapt waren, van welke plantages zij ontsnapt waren, hoe lang geleden ze ontsnapt waren, en hun ze in hun kampen leefden. Het was een uitgebreid verhoord, waarbij ze werden gemarteld en hun huid met vuur gebrand. Het rapport vermeld dan ondanks de marteling ze weigerden iets los te laten. Ze wezen met hun vingers naar de hemel, namen een lang stuk haar van hun hoofd en maakten het gebaar dat ze onthoofd konden worden, maar toch niets zouden zeggen. Ze sloegen met hun vingers op hun mond om aan te geven dat ze hun mensen nooit zouden verraden. Ze besloten om de vrouwen naar de stad te brengen voor verder verhoor, maar ze weigerden om mee te gaan. Ze weigerden te staan of te lopen. Gezien de lange tocht over bergen, kreken en andere moeilijk begaanbare paden zag de expeditie er geen heil in om de vrouwen te dragen. Sery was door de marteling en een pijl die door haar lichaam was gegaan dusdanig verwond – ze had veel bloed verloren – dat ze amper tegenstand bood. Flora was sterker en die weigerde op te staan. De militairen besloten ze dood te schieten en te onthoofden. Ze hebben de hoofden meegenomen naar Paramaribo als bewijs van hun misdaad, die ze als een heldendaad beschouwden. Voordat ze vertrokken vernietigden ze de woningen en kostgronden van het kamp.

Het verslag vertelt niet wat met Patienta is gebeurd, maar waarschijnlijk is ze meegenomen en tot slaaf gemaakt.

Anton de Kom laat zien hoe je dekoloniale geschiedenis schrijft. Je kunt als nazaat van de vrijheidsstrijders tegen slavernij deze episode niet beschrijven zonder te duiken in de gevoelens van de mensen die daarin een rol speelden. De Kom richt is op Séry, een moeder, en haar kind en probeert zich voor te stellen wat in die vrouw zou zijn omgegaan.

De Kom beschrijft de gevoelens van een zwarte moeder in deze onmenselijke situatie: “Men kan zich onmogelijk menselijke wezens voorstellen, meer hulpeloos en verlaten dan deze Séry met haar kind Patienta, en Flora. De nood van het kindje vermengde zich in de gedachten van de moeder met het verbijsterende bedwelmende gevoel van hetgeen zij zelve zal moeten doorstaan. Daarbij kwam het verlies van de vrijheid, die zo heel kort is geweest, het scheiden van de plaats war zij met haar kind zo’n korte poos het geluk gekend had, Alles wat voor haar lag was een puinhoop, alles was geruïneerd en vernield.

Séry voelde nog sterker dan alles de moederliefde, door het vreselijk reigend gevaar tot een aan waanzinningheid grenzende overspaning gedreven. Haar kindje was nog zo jong en de gedachte slechts, dat straks ruwe blanke handen haar Patienta uit haar armen zou rukken, deed haar huiveren. Zij drukte het, terwijl zij met angstige blikken naar de troep blanke soldaten keek, met stuipachtige kracht aan haar borst.

Iedere stap die de blanke Molinay nader tot haar bracht deed haar beven. Zij trilde als een blaadje, het bloed dreef naar haar hart terug. En toch was Séry een dapper vrouwtje. Zij drukte de zachte armpjes van haar kind om haar hals en kuste het nogmaals, terwijl met de kleine Patienta ruw uit haar armen losrukte.”

Maar die moeder was hulpeloos, maar niet zwak: “Geen gil kwam van haar lippen, ze keek slechts met fonkelende ogen de vaandrig Molinay aan, stond vervolgens op en monsterde de blanke soldaten fier, zonder de minste vrees hen allen uitdagend. Ze was zelf vevrbaasd over de kracht, die haar scheen gegeven te worden. want ze wist wel, nu haar kind in de handen der soldaten was, adt geen mens zich erover zou ontfermen. En toch, trots dit alles was ze onbevreesd. Elke vlaag van angst scheen door een macht verdreven te worden. De zwakke vrouw was een heldin geworden. Het was alsof stromen van kracht door haar lichaam liepen.”

Hij beschrijft de martelingen die ze moet doorstaan en haar ongelooflijke moed om desondanks haar eigen mensen niet te verraden: “Na een poos greep de bende ruwe soldaten Séry vast, bond haar de handen en voeten, smeet de arme vrouw op de grond en begon haar te geselen met scherpe roeden, om hierdoor te trachten haar tot verraad van haar landgenoten te brengen. Na deze bloedige kastijding scheen Séry halfdood te zijn. Toch trachtte men haar in deze toestand te ondervragen. Maar het gelukte de blanken niet iets uit haar te krijgen. Zo ging men in woede ertoe over om de arme Séry met vuur en tangen te bewerken. In weerwil van al deze pijnigingen, die voor een vrouw haast onverdragelijk waren, bleef ze zich toch halsstarrig verzetten om haar broeders en zusters te verraden.

Haar vriendin Flora toonde zich niet minder standvastig. Séry moest het aanzien hoe zij voor haar ogen vermoord en onthalsd werd.”

De Kom vergelijkt het gedrag van de blanke militairen met het bedrag van de zwarte vrijheidsstrijders en trekt conclusies over hun beschavingsniveau tijdens de inval van Cassard.

De Europese kolonisatoren waren in het begin onderlinge concurrenten van elkaar. Ze voerden oorlog en vielen elkaars koloniën aan om de goederen te stelen die geproduceerd werden. Zo viel in 1712 een Franse militaire macht onder leiding van Jean Cassard Suriname binnen, die toen bezet was door Nederland. De mannen op de plantages trokken naar Paramaribo om Fort Zeelandia te verdedigen. Hun vrouwen en kinderen vluchtten de bossen in onder begeleiding van totslaafgemaakten. Wolbers schrijft hierover: “Zoo waren deze vrouwen dan aan de genade van hare slaven overgeleverd; hoe gemakkelijk zou het dezen geweest zijn, zich over de wreede behandeling, die zij zoo vaak op last hunner meesteressen ondergingen, thans op deze hulp- en weêrlooze vrouwen te wreken. Men vindt hiervan echter in de geschiedenis niets aangeteekend; maar wel, dat verscheidene dezer slaven van deze gelegenheid gebruik maakten, om hunne vrijheid te verkrijgen, door in de bosschen te vlugten en zich bij de andere wegloopers te voegen.”

En De Kom’s commentaar was: “Toen indertijd, tijdens de inval van Cassard, de weerloze blanke vrouwen in handen waren van zogenaamde bosnegers, toen hadden zij niets van deze zwarten te duchten. Maar nu vielen weerloze Surinaamse vrouwen in handen van zogenaamde beschaafde Hollanders die hen vermoordden.”

Hij eindigt het verhaal van Séry en Flora met een belofte: “Dappere Séry. Dappere Flora. Wij zullen uw namen steeds in eerbied gedenken.”

Het is het verhaal van verzet en opoffering dat we moeten vertellen aan het Surinaamse volk. Het verhaal van McLeod is een verhaal van schande, niet van trots.

The Uprising discussies: een lokaal perspectief op globale strijd

In april 2019 ging de muzikale documentaire The Uprising in première, een verhaal van verzet tegen institutioneel racisme door muzikant en activist Pravini Baboeram. Sindsdien is de film vertoond in binnen- en buitenland, onder andere in: Filmhuis Den Haag (Den Haag, NL),  Seminar on Reparations for slavery and colonization (Caracas, Venezuela), UCLA (Los Angeles, VS), UC Berkeley (Berkeley, VS), Centro Cultural de la Raza (San Diego, VS), Museum of African Diaspora (Smithsonian Affiliate, San Francisco, VS) en IWPS Convergence (Pine Ridge Reservation, South Dakota, VS). Veel screenings gingen gepaard met nagesprekken en discussies. Gesprekken die een interessante kijk geven in een globale strijd vanuit lokale perspectieven. In deze bijdrage deelt Pravini een aantal ervaringen.

Sinds de première van de film heb ik verschillende plekken bezocht en met mensen uit verschillende gemeenschappen gesproken. Iedere gemeenschap heeft een eigen verhaal en eigen invalshoek op koloniale geschiedenis en de impact ervan op hun realiteit in het heden. Hun verhalen hebben diepe indruk op mij gemaakt. Lees hier aan aantal van die indrukken.

Inheemsen van de Amerika’s

In San Diego bezocht ik Centro Cultural de la Raza, een community centrum geleid door mensen uit de Inheemse gemeenschap van Amerika. Eén van de trekkers van dit centrum is Roberto D. Hernández, die ook in de film zijn analyse deelt van koloniale erfenis en strategieën voor de strijd hiertegen.

Wat ik bijzonder vond was om een Inheems perspectief te krijgen uit Amerika op de strijd van mensen van kleur in Europa. Eén bezoeker deelde dat hoewel zij de oorspronkelijke bewoners van de Amerika’s zijn, zij door het systeem van institutioneel racisme toch iedere keer als de “immigrant” en “de ander” worden gezien. In dat opzicht zagen veel mensen in het publiek, ondanks het verschil in context, toch overeenkomsten in de beleving van mensen van kleur.

De film werd ook op De Haagse Hogeschool vertoond voor een groep Amerikaanse studenten, onder wie studenten van Mexicaanse komaf. Zij legden uit hoe ze onbewust de Spaanse kant van hun identiteit benadrukten, door bijvoorbeeld alleen Spaans te spreken en hun Spaanse naam te gebruiken. De inheemse kant lieten zij op de achtergrond, vanuit het idee dat die inheemse identiteit minder waard was. Nu ze in een proces van reflectie en persoonlijke ontwikkeling zitten, realiseerden velen van hen dat hierdoor een belangrijk stuk van hun familiegeschiedenis verloren dreigt te gaan.

Zwarte studenten uit Jamaica

In Amsterdam trad ik naar aanleiding van de film in gesprek met zwarte studenten uit Jamaica. Ook zij boden mij weer een frisse blik vanuit een context, waarin zij als mensen van kleur niet de minderheid, maar de meerderheid zijn. Interessant in deze setting was hoe institutioneel racisme werd beleefd door de studenten. Sommigen vonden dat het niet aan de orde was, omdat racisme specifiek gerelateerd werd aan witte superioriteit en er weinig witte mensen in Jamaica zijn. In plaats daarvan werd vooral de focus gelegd op het concept van “colourism”, het idee dat mensen van kleur andere mensen van kleur die donkerder zijn discrimineren. Anderen zagen colourism als onderdeel van institutioneel racisme, waarbij het idee van “hoe lichter, hoe beter” een vorm is van “internalized oppression” of kolonisatie van de geest, gericht op het verdelen van de gemeenschap. Het leidde tot een interessante discussie wat dit vervolgens betekent voor strategie om dit idee te overwinnen. De analyse van colourism betekent een strategie gericht op het bekritiseren van mensen van kleur, zonder witte superioriteit aan te pakken. De analyse van kolonisatie van de geest betekent een strategie gericht op het bekritiseren van witte superioriteit en het overwinnen van verdeel en heers.

Anarchisten in Nederland

Soms kom je op plekken terecht die je zelf niet had kunnen bedenken. Zo werd ik uitgenodigd voor de Pinksterlanddagen in Appelscha waar ik na de filmvertoning in gesprek trad met witte anarchisten. Ook zij hadden vanuit hun filosofie specifieke ideeën over bevrijding. Eén van die ideeën is gebaseerd op het idee dat het huidige politieke systeem niet werkt. Omdat ik in de film de strategie van invloed in het parlement behandel, stelden veel mensen in de zaal vragen over in hoeverre stemmen daadwerkelijk zin heeft.

Wat ik boeiend vond was dat ik aan de ene kant in een ruimte zat vol witte mensen die vanuit het anti-racisme perspectief veel steun betuigden naar aanleiding van de film, en aan de andere diezelfde mensen ook weer onbewust bevestigden hoe makkelijk het kan zijn om niet te stemmen in een land dat mensen van kleur via het politiek systeem onderdrukt. Mijn reactie was dan ook dat hoewel ik het idee van niet stemmen begrijp, de realiteit is dat mensen van kleur het zich niet kunnen veroorloven om niet te stemmen, omdat wij representatie nodig in het parlement dat beleid en wetgeving maakt dat ons raakt. Voor sommigen in de zaal een blinde vlek die in dit gesprek besproken werd.

Met ieder nagesprek leer ik van de vragen en perspectieven van mensen. Vanaf oktober zal ik reizen naar Engeland, Schotland, België en Italië voor filmvertoningen daar. Ik kijk uit naar de nagesprekken die zullen volgen en deel die graag in een vervolgbijdrage. Wil je ook een filmvertoning bijwonen? Klik hier voor de agenda.

De Irakese Gemeenschap in Nederland

De Vereniging Irakese Gemeenschap Nederland (IGN)organiseert op 5 oktober een bijeenkomst over de geschiedenis van de Irakezen in Nederland. Daarin zal worden ingegaan op de verschillende uitdagingen van de eerste en tweede generatie van deze groep. Eén van de sprekers is Sandew Hira.

Hira zal in zijn inleiding ingaan op de vraag welke factoren het historische karakter van de gemeenschappen van kleur in multicultureel Nederland bepalen? Dat doet hij door een analyse te geven van hoe Nederland er 50 jaar geleden uitzag en welke factoren het karakter van de huidige samenleving hebben bepaald. Ook geeft hij vanuit een dekoloniale theorie over  het concept van een nieuwe wereldbeschaving aan, hoe Nederland en de wereld mogelijk over 50 jaar eruit zou kunnen zien en welke factoren het karakter van de toekomstige samenleving zouden kunnen bepalen, wat identiteit is hoe die zich zou kunnen ontwikkelen?

Locatie: Stichting Argan

Adres: Jan Tooropstraat 6A, 1062 BM Amsterdam

Tijd: 16:00 – 19:00 uur.

Toegang: gratis

FB: https://www.facebook.com/events/2438398636442755/

The Uprising geselecteerd voor internationaal filmfestival

Het filmdebuut van DIN-activist Pravini Baboeram, The Uprising, is geselecteerd voor het internationaal filmfestival DocuDonna, dat van 25 t/m 27 oktober plaats vindt in Massa Marittima, Italië. Het filmfestival richt zich op vrouwelijke filmmakers en sociaal-maatschappelijke issues.

The Uprising ging eerder dit jaar in première in Pakhuis de Zwijger en is sindsdien vertoond op verschillende plekken binnen en buiten Nederland: Filmhuis Den Haag (Den Haag, NL),  Hiphophuis (Rotterdam, NL), Seminar on Reparations for slavery and colonization (Caracas, Venezuela), UCLA (Los Angeles, VS), UC Berkeley (Berkeley, VS), Centro Cultural de la Raza (San Diego, VS), Museum of African Diaspora (Smithsonian Affiliate, San Francisco, VS) en IWPS Convergence (Pine Ridge Reservation, South Dakota, VS).

 

Ook in het najaar is The Uprising op verschillende plekken te zien:

  • 13 september 2019 in Studio/K, Amsterdam (NL)
  • 23 september 2019 op The Lighthouse Festival (Haagse Hogeschool) in Den Haag (NL)
  • 14 oktober 2019 op de Universiteit Utrecht (NL)
  • 19 oktober 2019 bij Islamic Human Rights Commission in Londen (VK)
  • 21 oktober 2019 op de University of Sussex (VK)
  • 22 oktober 2019 op de University of Sunderland (VK)
  • 23 oktober 2019 bij Impact Hub in Birmingham (VK)
  • 26 oktober 2019 op DocuDonna filmfestival in Massa Marittima (Italië)
  • 28 oktober 2019 op John Cabot University in Rome (Italië)
  • 6 december 2019 op de Universiteit Hasselt (België)

In oktober vertrekt Pravini naar Engeland voor een tour langs verschillende onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Daarna vervolgt ze haar reis naar Italië, waar ze zal deelnemen aan het filmfestival DocuDonna, waar The Uprising wordt vertoond.

The Uprising is gebaseerd op het gelijknamige album van Pravini, waarbij de negen nummers van het album van Pravini als rode draad fungeren in de film. In deze zelfgeschreven nummers verbindt Pravini de strijd tegen Zwarte Piet, de strijd voor de erkenning van koloniale misdaden die Nederland heeft begaan in Indonesië, de strijd voor de bevrijding van Palestina en de strijd in het politieke veld voor een inclusieve samenleving. The Uprising biedt hiermee een unieke kijk op het verzet tegen racisme in Europa door de ogen van mensen van kleur.

Meer info over The Uprising is beschikbaar op: www.pravinimusic.com

Bekijk hier de trailer: https://vimeo.com/329425921

 

 

 

Criminaliseringscampagne tegen Sandew Hira is mislukt

Extreem-rechtse krachten in Suriname hadden een campagne opgezet om Sandew Hira monddood te maken. Die campagne is volledig mislukt en in haar tegendeel omgeslagen.

Sandew Hira kreeg een uitnodiging van NiNsee om de keynote speech te houden geven op 29 juni 2019 over zwarte filosofen, spiritualiteit en slavernij in het Scheepvaartmuseum. Extreem-rechtse krachten in de Surinaamse gemeenschap hebben druk uitgeoefend op NiNsee om de uitnodiging in te trekken via radioprogramma’s, emails, persoonlijke druk op de zaalverhuurder en NiNsee. Vanuit de Surinaamse gemeenschap kwam er een tegenbeweging op gang om Hira een podium te geven om zijn mening te uiten. Het is afgesloten met een bijeenkomst op 6 juli 2019 waarin Hira alsnog zijn keynote speech heeft kunnen houden.

Het is allemaal goed gedocumenteerd:

  1. De volledige bijeenkomst is te zien op YouTube (met dank aan Djehuti en Randy Piankhi).
  2. Hira geeft zijn evaluatie hier.
  3. Glenn Codfried, voorzitter van het Comité voor de Waarheid, hield een gepassioneerde inleiding waarin hij het verhaal vertelde van zijn dochter die empowered werd door DTM-lezingen.
  4. Codfried had ook een interessante bijdrage over slavernijgeschiedenis en etniciteit: https://www.facebook.com/watch/?v=470124973802890
  5. De focus van extreem-rechts lag op het werk van Hira over dialoog en verzoening in Surinam. Riyaz Akhtar heeft een samenvatting gemaakt van de conferentie in 2017 die een stem gaf aan hen die geen stem hebben gehad, de 450 slachtoffers van politiek geweld in Suriname.
Eervolle huldiging van Hira door het Comite voor de Waarheid bestaande uit Glenn Codfried, Martha Koenders en Perez Jong Loi

Straatnaam in Amsterdam vernoemd naar Janey Tetary

De Hindostaanse gemeenschap heeft een overwinning geboekt in de strijd voor erkenning van het verzet tegen het kolonialisme. Eén van de leiders van dat verzet, een jonge vrouw genaamd Janey Tetary, wordt nu geëerd met een straatnaam in Amsterdam.

Standbeeld Janey Tetary in Suriname

Het verhaal van die strijd is hier gedocumenteerd:.

Een videoverslag van de strijd is hier.

Lezing Sandew Hira gaat toch door op zaterdag 6 juli

De campagne om Sandew Hira’s vrijheid van meningsvorming te beperken is omgeslagen in haar tegendeel. Hira kreeg allerlei uitnodigingen gekregen om te spreken. Hij mocht praten bij de Elieser herdenking in Ouderkerk aan de Amster op woensday. Zaterdag om 17.00 uur mocht hij spreken in het gebouw van Thuiszorg Zorg en Opvang om hun keti koti lezing te doen en die avond om 19.00 nodigde comité Boni hem uit om te spreken in het monument De Schreew in het Oosterpark over vrijheid van meningsuiting. Daarna was er een spirituele bijeenkomst bij het slavernijmonument in het Oosterpart. Hira kreeg een gouden ketting met een kaart van Suriname als hanger.
Activisten van het eerste uur die aan de wieg stonden van de oprichting van NiNsee en het slavernijmonument in het Oosterpark hebben het initiatief genomen tot de vorming van het Comité voor de Waarheid, die de taak op zich genomen heeft om een manifestatie voor de verdediging van de vrijheid van meningsuiting en diversiteit te organiseren. Op die manifestatie zal Sandew Hira alsnog zijn lezing over zwarte filosofen, spiritualiteit en slavernij houden.
Het Comité bestaat uit: Glenn Codfried (voorzitter), Perez Jong Loi en Martha Koenders.
De manifestatie wordt gehouden in Podium Zuid Oost (Kwakoe gebouw), Frissenstein 78, 1102 AP Amsterdam van 14.00-17.00 uur (inloop 13.30 uur). De toegang is gratis.
Contactpersoon Comité voor de Waarheid: Glenn Codfried, tel: 06-83678022.

 

In  het kader van de criminaliseringscampagne tegen Hira heeft hij de zes meest gestelde vragen op een rijtje gezet.

Veelgestelde vragen aan Sandew Hira

Naar aanleiding van de afzegging van de Keti Koti lezing van Sandew Hira en de aanval die op zijn persoon is geopend, zijn er veel vragen ontstaan over zijn standpunt en aanpak. In deze Veelgestelde vragen  deelt Hira zijn antwoord op veelgestelde vragen.

  1. Ben je pro-Bouterse?

Nee. Ik ben niet voor of tegen personen. Ik ben voor of tegen ideeën. In gevallen van politiek geweld, zoals in Suriname, ben ik voor het idee van dialoog en verzoening als oplossing voor heling van een samenleving.

  1. Word je betaald door Bouterse?

Nee. Hoewel ik werk verricht als wetenschappelijk directeur van Dekosur, het Instituut voor de Dekolonisatie van Suriname, ontvang ik geen salaris. Ik onderschrijf het principe dat als mensen werk verrichten, ze daarvoor betaald moeten worden. De demoniseringscampagne tegen mijn persoon heeft echter een sfeer gecreëerd waarin betaling voor het schrijven van een encyclopedie wordt gepresenteerd als corruptie en een vergoeding voor “steun” aan Bouterse. Om die reden heb ik afgezien van een fee voor mijn werkzaamheden. Het herschrijven van de geschiedenis van Suriname vanuit een dekoloniaal perspectief vind ik te belangrijk om te laten liggen. Overigens wordt Dekosur niet gefinancierd door de overheid. Dekosur is een stichting die gefinancierd wordt door een gift van de Surinaamse Post Spaarbank n.a.v. haar 140-jarig bestaan.

  1. Ben je tegen de 8-December rechtszaak?

Ja, omdat ik de vraag stel of in het geval van politiek geweld, waarbij moorden het gevolg zijn van politieke spanningen, een rechtszaak bijdraagt aan de oplossing van politiek geweld. Een rechtszaak is één manier om gerechtigheid te behalen en de pijn die is veroorzaakt door het onrecht te helen. Er zijn echter situaties, zoals gevallen van politiek geweld, waarbij een rechtszaak de situatie kan verergeren. In zulke gevallen zijn er alternatieve wegen tot heling. In Zuid-Afrika en Columbia heeft men met financiële steun van de Nederlandse regering afgezien van dit soort rechtszaken vanwege het destabiliserend effect. Daar heeft men gekozen voor dialoog en verzoening.

In Suriname zijn 450 mensen omgekomen door politiek geweld, waarvan 15 mensen op 8 December 1982 en de rest vooral in de Binnenlandse Oorlog die woedde van 1986 tot 1992. De Binnenlandse Oorlog werd gesteund door de Bevrijdingsraad van Suriname in Nederland waarin familieleden van de slachtoffers van 8 December zaten. Daarom kan 8 December niet los gezien worden van de Binnenlandse Oorlog.

De 450 doden hebben nabestaanden met emoties van woede en verdriet. Het gaat om duizenden nabestaanden. Als al deze mensen rechtszaken zouden voeren tegen Bouterse, Brunswijk, de families van 8 December en de Nederlandse regering, zou je uitkomen op honderden rechtszaken. Dit zou de hele Surinaamse samenleving destabiliseren. Daarom ben ik een voorstander van een proces van dialoog en verzoening.

  1. Vind je dat Bouterse amnestie moet krijgen voor de 8-Decembermoorden?

Ja, en hetzelfde geldt voor Brunswijk, de families van 8 December en de Nederlandse regering. In 1992 heeft de regering Venetiaan een amnestiewet aangenomen die Brunswijk en medeplichtigen hebben gevrijwaard voor vervolging voor moorden die zijn gepleegd tijdens de Binnenlandse Oorlog. Iedereen heeft gebruik gemaakt van die wet, inclusief Bouterse. Ik vind ook dat amnestie gepaard moet gaan met een proces van waarheidsvinding, dialoog en verzoening.

Vrijwaring van Brunswijk, Bouterse, de Nederlandse regering en de families van 8 December van strafvervolging lost het probleem van politiek geweld echter niet op. Als er geen traject is voor waarheidsvinding, dialoog en verzoening zal er altijd weer een moment komen waarop politieke spanningen kunnen omslaan in politiek geweld. Daarom heb ik het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld opgezet. Dat comité heeft allerlei activiteiten georganiseerd, zoals een conferentie en jaarlijks de dag van nationale rouw. Het is een manier om als samenleving de geschiedenis te verwerken in navolging van de amnestiewet.

Vrijwaring van Burnswijk, Bouterse, Nederland en de families van 8 December van strafvervolging lost het probleem van politiek geweld echter niet op. Als er geen traject is voor waarheidsvinding, dialoog en verzoening zal er altijd weer een moment komen waarop politieke spanningen kunnen omslaan in politiek geweld. Daarom heb ik het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld opgezet. Dat comité heeft allerlei activiteiten georganiseerd, zoals een conferentie en jaarlijks de dag van nationale rouw. Het is een manier om als samenleving de geschiedenis te verwerken in navolging van de amnestiewet.

  1. Geloof je dat de mensen die vermoord zijn in 8 December betrokken waren bij een coup?

Helaas wel, maar niet iedereen. Ik baseer mijn conclusie op uitvoerig bronnenonderzoek en gesprekken met verschillende partijen die betrokken waren bij de gebeurtenissen. Ik heb uitvoerig de bronnen bestudeerd: publicaties, archiefonderzoek bij het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, gesprekken met mensen in het leger, de politie en veiligheidsdiensten, het rechtbankdossier van het 8 Decemberproces en interviews met naaste medewerkers van vakbondsleider Fred Derby, die benaderd werd door de CIA om mee te doen met de coup. De methodologie en uitkomsten van dit onderzoek staan beschreven in mijn boek De Getuigenis van president Desi Bouterse.

In het kader van het onderzoek heb ik een CIA-agent gesproken die getuige was van sommige van die gesprekken. Die vertelde mij dat mijn broer aanwezig was bij die gesprekken. Dat heeft mij voor een groot moreel probleem gesteld: moet ik die informatie verhullen omdat het om mijn broer gaat, of moet ik de waarheid vertellen wetende dat het schadelijk is voor mijn broer? Dat is een enorm moreel dilemma. Ik heb ervoor gekozen om de waarheid te vertellen, omdat bij mij integriteit boven persoonlijke of familiebelangen gaat. Met alle gevolgen van dien.

  1. Hoe kan je voor amnestie van Bouterse zijn, als hij betrokken is geweest bij de moord op jouw broer?

Ik baseer mijn standpunt over politiek geweld niet op gevoelens van wraak. Ik heb een moreel uitgangspunt over hoe om te gaan met gevoelens van pijn, verdriet en wraak. In de Bhagvad Gita, een belangrijk geschrift in het Hindoeïsme, staat dat je als je in conflict bent tussen familie en morele en maatschappelijke plicht, je voor die plicht dient te kiezen. Ik ben niet gelovig, maar onderschrijf de waarden die stellen dat je niet moet leven met wraak: verzoening en vergiffenis is ook een optie.

 

Verklaring Sandew Hira inzake afzegging Keti Koti lezing over zwarte filosofen en slavernij

Begin januari ontving ik een uitnodiging van het Nationaal Instituut Nederlands slavernij verleden en erfenis (NiNsee) om de keynote lezing te geven op 29 juni 2019 over zwarte filosofen, spiritualiteit en slavernij in het Scheepvaartmuseum. Ik reageerde positief op de uitnodiging.

Afgelopen weken heeft een groep extremisten onder leiding van Theo Para in de Surinaamse gemeenschap een intimidatiecampagne opgezet om te verhinderen dat ik de lezing over zwarte filosofen en slavernij kon houden. Het Scheepvaartmuseum is onder grote druk gezet om de zaal op te zeggen. NiNsee is daardoor de locatie kwijtgeraakt. Het Scheepvaartmuseum heeft haar besluit genomen zonder het principe van hoor-en-wederhoor toe te passen. Ik ben nooit door haar gehoord. Het bestuur van NiNsee is vervolgens onder enorme druk gezet om de lezing af te zeggen. Op Radio Tamara werden urenlang uitzendingen gewijd aan het demoniseren van mijn persoon en werden bellers toegelaten om op te roepen om de orde te verstoren tijdens de lezing. Het bestuur van NiNsee is onder die druk bezweken en heeft de lezing afgezegd.

Op 6 juni heeft de voorzitter van NiNsee, Linda Nooitmeer, mij in Suriname gebeld om een afspraak te maken om de situatie te spreken. Op 7 juni heb ik een Skype-gesprek gehad met haar en NiNsee bestuurder Martin Verbeet waarin zij aangaven dat zij de lezing wilden afzeggen. Ik gaf aan dat dat zou betekenen dat ze de vrijheid van meninguiting niet meer zouden respecteren. Ik stelde voor dat NiNsee een gesprek zou kunnen organiseren tussen mij en de mensen die kritiek op me hebben, zodat we in een waardige sfeer van dialoog de principes van diversiteit van opvattingen en vrijheid van meningsuiting hoog kunnen houden. Ook hield ik hen voor dat deze groep eerder geprobeerd heeft Pakhuys De Zwijger onder druk te zetten om mij niet te laten spreken op hun evenement, maar dat zij als witte instelling de vrijheid van meningsuiting hoog hebben gehouden en ik had verwacht dat een zwarte organisatie dat ook zou doen, en zeker een organisatie die gebouwd is op het principe van vrijheid. Nooitmeer en Verbeet zagen de redelijkheid van mijn argumentatie in en vroegen uitstel om een definitief besluit te nemen tot woensdag 12 juni. Ze zouden mij dan berichten over de volgende stappen. Woensdag hoorde ik niets. Zaterdagmiddag belde Nooitmeer mij op met de mededeling dat NiNsee heeft afgezien van het organiseren van een dialoogbijeenkomst en de uitnodiging aan mij voor 19 juni intrekt.

Het persbericht van NiNsee stelt het volgende:

Het NiNsee bestuur heeft in goed overleg met het Scheepvaartmuseum besloten de Keti-Koti lezing 2019 geen voortgang te laten vinden.

Dit besluit is ingegeven door de onrust die binnen de gemeenschap ontstaan is n.a.v. de geplande Keti-Koti lezing met Sandew Hira als keynote spreker. Door deze onrust lijkt de wens van het NiNsee om ook in 2019 een waardige Keti-Koti lezing – die bijdraagt aan de harmonie en verbondenheid binnen en buiten de gemeenschap – te organiseren niet haalbaar.

Het NiNsee heeft de ambitie om met een ieder die een positieve bijdrage levert aan haar missie samen te werken. Nu de uitvoering van deze ambitie echter heeft geleid tot een escalatie tussen voor- en tegenstanders van het spreken van Sandew Hira, kan het NiNsee niet anders dan een pas op de plaats te maken.

De extremisten hebben hun zin gekregen. De groep van Theo Para heeft zitten bellen, mailen en spreken om organisatoren en verhuurders onder druk te zetten om zaalruimtes op te zeggen of lezingen waarbij ik betrokken ben af te zeggen. In Suriname is Hugo Essed hun counterpart en voert in de Surinaamse media een demoniseringscampagne tegen mij waarbij mijn integriteit ter discussie wordt gesteld.

Dezelfde groep heeft eerder geprobeerd om mij het zwijgen op te leggen in het debatcentrum Pakhuis De Zwijger in Amsterdam. Op 18 maart was ik uitgenodigd om een presentatie te leiden van een documentaire over Frantz Fanon. Ik was niet eens een spreker, maar een voorzitter van de sessie. De directie en programmaleiders zijn enorm onder druk gezet om mij uit het programma te halen, maar ze hebben hun rug recht gehouden en zijn niet bezweken. Het thema maakt voor de extremisten niets uit. Al zou ik spreken over het weer, dan nog zouden ze een campagne om hem het spreken onmogelijk te maken.

Zaterdagmiddag 15 juni om 12.00 uur had Glen Codfried van Radio Mart me uitgenodigd om in gesprek met me te gaan over deze ontwikkelingen. Radio Mart heeft dat vrijdag aangekondigd. Toen ik zaterdag om 10.30 uur bij de studio kwam, bleek de ruit van de voordeur te zijn ingeslagen en zijn microfoon en de uitzendmodem te zijn gestolen, waardoor de uitzending geen doorgang kon vinden,

Dit zijn zorgelijke ontwikkelingen. In het kielzog van het aantasten van de vrijheid van meningsuiting wordt ook het principe van diversiteit van opvattingen aangevallen. De extremisten menen dat er maar één visie mogelijk is in maatschappelijke discussies en diversiteit aan visies niet acceptabel is en andere visies dus ook niet gehoord mogen worden.

Het thema van mijn lezing van was een dekoloniale visie op de geschiedschrijving van slavernij. Nederlandse historici en de door hen getrainde gekleurde volgelingen hebben slavernij steeds beschreven vanuit de optiek van de kolonisator. Ik leg in mijn geschriften en lezingen uit dat zwarte denkers tijdens slavernij en daarna analyses hebben gemaakt die fundamenteel verschillen van die van de slavenmakers en hun ideologen. De extremisten willen verhinderen dat dekoloniale theorieën een podium krijgen.

Dit is een zeer verontrustende ontwikkeling in de Surinaamse gemeenschap. De vrijheid van meningsuiting is een belangrijke verworvenheid die tot stand is gekomen door harde strijd waarvoor veel mensen hun leven hebben opgeofferd. De kern van de vrijheid van meningsuiting is dat iedereen het recht heeft om zijn of haar mening te verkondigen, ongeacht de vraag of je het met de persoon eens bent of oneens. Ook mensen die het niet me je eens zijn, moeten het recht hebben om hun mening te uiten.

Diversiteit van opvattingen is een cruciaal onderdeel van een democratische samenleving. De dominante koloniale geschiedschrijving mag uitgedaagd worden door dekoloniale en andere alternatieven. Dat is deel van het proces van kennisproductie in een pluriforme samenleving.

Discussie en debat zijn de fundamenten van een democratische samenleving. Daarom daag ik Theo Para en Hugo Essed uit voor face-to-face debatten over vraagstukken waarin zij een andere mening hebben dan mij. Dit soort debatten zijn een uitbreiding van de vrijheid van meningsuiting. Daar zou iedere Surinamers een voorstander van moeten zijn, ook Para en Essed.

Ik doe een oproep aan de Surinaamse gemeenschap in Nederland om als protest tegen de aantasting van de vrijheid van meningsuiting alsnog een bijeenkomst te organiseren waar ik de keti koti lezing kan houden.

 

Sandew Hira

15-6-2019

Sandew Hira in Venezuela

Van 12-18 mei zal Sandew Hira in Venezuela zijn voor twee workshops: één over herstelbetalingen voor kolonialisme en de ander over Decolonizing the Mind. Hira zal ook de relaties versterken tussen het Nationaal Instituut voor de Dekolonisatie van Venezuela en het Instituut voor de Dekolonisatie van Suriname (DEKOSUR).

Hij zal dagelijks een video-blog posten op de website van Islamic Human Rights Commission over zijn ervaringen in Venezuela en zijn analyse van de situatie daar.