Categoriearchief: Nieuws

Voor DENK en Sylvana Simons? Kan dat!?

Sandew Hira
27-12-2017

De betekenis van DENK

Het vertrek van Sylvana Simons heeft een ontluikende alliantie tussen activisten uit de Afro- en Moslimgemeenschap onder druk gezet. DENK heeft zich ontplooid als een radicale stem van de gekleurde gemeenschappen in de Tweede Kamer en daarbuiten. Zij hebben een enorme impuls gegeven aan de beweging tegen racisme en islamofobie.

Dat zie je terug in het partijprogramma van DENK.

  • De vervanging van de term integratie door wederzijdse acceptatie waardoor de narrative van de afgelopen decennia op zijn kop wordt gesteld.
  • Het benoemen en bestrijden van institutioneel racisme.
  • Een samenleving waar iedereen zichzelf kant zijn en dus tegen het idee van integratie en opgaan in de witte samenleving.
  • Invoering van een Racisme-register voor aantoonbaar discriminerende uitingen, zodat werken bij de overheid voor mensen die discrimineren in vergrote mate onmogelijk wordt.
  • Een radicale arbeidsmarktbeleid:
    • Vóór diversiteitsquota voor vrouwen, mensen met een migrantenachtergrond en mensen met een beperking als bewindspersonen en overheidspersoneel, zodat de overheid een afspiegeling vormt van de bevolking.
    • Vóór een diversiteitsquotum van 10% voor meer mensen met migrantenachtergrond in de top van grote ondernemingen in Nederland.
    • Vóór het laten uitvoeren van loksollicitaties, zodat gecontroleerd kan worden op discriminatie bij werving
  • Vóór een contacttaakstraf, waarbij mensen die discrimineren verplicht in contact moeten treden met de groep mensen die zij hebben gediscrimineerd. Vóór het opleggen van een Educatieve Maatregel Discrminatie na veroordelingen voor discriminatie, zodat racisten hun leven kunnen beteren.
  • Vóór het invoeren van een Racismepolitie door 1000 agenten op te leiden als discriminatie experts. Vóór het investeren in meer expertise over discriminatie in de strafrechtketen.
  • Meer bewustzijn over de zwarte bladzijden uit ons verleden en formele excuses voor ons slavernijverleden:
    • Vóór het stimuleren van een ‘kleurrijk’ een eerlijker perspectief in de geschiedschrijving, door het opzetten van een faculteit voor Afro-Caribische en Indische geschiedschrijving.
    • Vóór het afschaffen van de racistische elementen in de karikatuur van ‘Zwarte’ Piet.
    • Vóór formele excuses voor ons slavernijverleden en onderdrukking gepaard met massamoorden tijdens onze koloniale bezetting van Indonesië en de politionele acties.
    • Vóór herstelbetalingen in de vorm van het door onze regering onderhouden van slavernij-erfgoed.
    • Vóór het dekoloniseren van onze straatnamen, bruggen, tunnels en musea, door kolonisatoren niet meer te vereren (schurkenverering).

Dit zijn maar enkele van de vele progressieve programmapunten. Vergelijk deze programmapunten met programma’s van witte partijen en vraag je dan af als iemand van kleur welke partij ook maar enigszins in de buurt komt van deze eisen, inclusief de kleine socialistische partijen die niet in het parlement zitten, maar wel een rol spelen in activistische kringen.

Maar het is niet alleen het programma, maar ook de acties van DENK in en buiten de Tweede Kamer die een geweldige empowerment betekenen voor de gemeenschappen van kleur. Wat niemand durft, durft DENK: openlijk en consequent racisme en islamofobie aanpakken. Ze laten zich niet intimideren. Ze leggen de hypocrisie bloot van kamerleden van kleur die tijdens de verkiezingen om stemmen komen bedelen in hun gemeenschap, maar als ze moeten stemmen in de Tweede Kamer volstrekt tegen die gemeenschap in gaan. Die naming en shaming wordt door witte mensen als vreselijk ervaren, omdat ze hypocrisie als normaal zien.

Voor witte mensen en dieren is het normaal om voor groepsbelangen op te komen. Ezels, koeien, varkens en kakkerlakken hebben hun eigen partij in de Tweede Kamer, de Dierenpartij. Niemand vindt dat een probleem. Ouderen hebben eigen partij. Christenen hebben hun eigen partij. Socialisten hebben hun eigen partij. Kapitalisten hebben hun eigen partij.  Niemand vindt het een probleem. Niemand praat over de noodzaak van verbinden. Omdat ze allemaal wit zijn. Als mensen van kleur een eigen partij hebben, is “verbinden” plotseling een grote issue. Niemand eist dat witte partijen zich verbinden met de belangen van mensen van kleur. Als DENK zich op een assertieve manier opstelt als de stem van gekleurd Nederland, is verbinden plotseling een groot probleem.

De kritiek op DENK

Het is typerend dat de kritiek op DENK zich niet richt op hun programma-punten. De discussie gaat niet over de vraag “wat is je kritiek op de eis voor herstelbetalingen” of “wat is je kritiek op de invoering van quota-regelingen”. Dat zou de normale gang van zaken moeten zijn als je politieke partijen wil bekritiseren toch? Ja, als het om witte partijen gaat. Bij partijen van kleur is het programma niet van belang. Dan is het feit dat mensen van kleur zich organiseren in een politieke partij het probleem. En dan wordt de vraag: hoe breek ik zo’n partij? Niet door op de inhoud van hun programma in te gaan, maar door haar te criminaliseren.

De leiders zijn de lange arm van Erdogan. Ze zijn homofoob. Ze zijn goedpraters van de Armeense genocide. Ze zijn vrouwenhaters. Ze zijn conservatieve moslims. Niks partijprogramma. Niks anti-racisme en anti-islamofobie. De discussie verschuift van inhoud naar persoonlijke aanvallen. Het gaat niet meer om de beweging achter DENK. Het idee alleen al dat mensen van kleur zich politiek organiseren is voor deze critici walgelijk.

Laten we de kwestie Erdogan nemen.  Ik ben geen Turk en heb geen binding met wat zich afspeelt in Turkije. Maar ik weet wel dat ik als democraat een militaire coup die honderden levens gekost heeft en gesteund werd door Westerse imperialisten zou veroordelen. Respect voor democratie betekent ook respect voor het besluit van de meerderheid van het Turkse volk die Erdogan gekozen heeft. Ben ik een Erdogan aanhanger als ik dit zeg? Wat een onzin, zeg.

Neem de Armeense genocide. Dit staat in het partijprogramma: “DENK betreurt alle slachtoffers die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog zijn omgekomen op zowel het Europese continent als daarbuiten. DENK erkent het leed van de nabestaanden van de slachtoffers aan zowel de Turkse zijde als de Armeense zijde van de gebeurtenissen in 1915 in het huidige Turkije. Omdat er geen internationale consensus bestaat over de schaal en de toedracht van deze vreselijke gebeurtenissen moeten politieke overwegingen en begrijpelijke emoties plaatsmaken voor redelijkheid en verbroedering. DENK is daarom: Vóór een onafhankelijk internationaal onderzoek, gebaseerd op waarheidsvinding, naar de toedracht en schaal van de Armeense kwestie.”

Wat is hier mis mee? Als je niets weet over deze kwestie, dan is dit toch enkele vrij normaal standpunten?

Hoe zit het met vrouwen? Dit is wat DENK schrijft. Ze wil quota-regelingen voor vrouwen op de arbeidsmarkt. Ze is voor het wegnemen van de loonongelijkheid tussen mannen en vrouwen bij gelijkwaardige banen (vrouwen verdienen 8% minder in het bedrijfsleven en 4% minder bij de overheid meldt het partijprogramma) en vóór het vergroten van de aandacht voor genderstereotypen middels het onderwijs. Ze wil een Landelijk Meldpunt Intimidatie via een app met de kanttekening dat in Nederland 73% van de vrouwen te maken met seksuele intimidatie tegenover 55% in de EU.

Over homofobie: “DENK roept daarom een halt toe aan de groeiende tendensen van alledaagse vormen van xenofobie, homofobie, islamofobie, moslimhaat, afrofobie, antisemitisme en racisme in onze samenleving.

Het staat er expliciet! Maar dat is niet voldoende voor de critici. Want het gaat net om inhoud. Het gaat om criminalisering van een partij die op assertieve wijze en zonder enige terughoudendheid de stem is van gekleurd Nederland.

De betekenis van Sylvana Simons

Sylvana is één van de vele Surinaamse talenten die proberen om een boterham te verdienen in de media of show business. Ze trok de aandacht van veel activisten toen ze zich ging bemoeien met de sociale strijd in Nederland. Bij het VARA-programma De Wereld Draait Door was ze de tafeldame van Matthijs van Nieuwkerk. Martin Simek, een witte tv persoonlijkheid, vertelde hoe hij vluchtelingen, “zwartjes”, opving in Italië, waar hij woont. Waar Prem Radhakishun zich zou uitsloven om Simek te complimenteren over zoveel menselijkheid, zag Simons onmiddellijk de racistische ondertoon en stelde die aan de kaak. Ze heeft het geweten. Heel wit Nederland viel over haar heen. Hoe kan ze racisme aankaarten? Nederlanders zijn toch onschuldige, liberale en tolerante mensen? Bedreigingen, scheldpartijen, you name it.

Ze sprak zich uit tegen Zwarte Piet en deed zelfs mee met een demonstratie in Meppel. Naar aanleiding van de bagger die ze over haar heen had gekregen, had ze kunnen besluiten om een stap terug te doen en zo haar economische zekerheid proberen te garanderen. In plaats daarvan deed ze een stap vooruit met het risico dat ze als freelancer haar opdrachten kwijt zou raken en haar imago in wit Nederland verder zou beschadigen. Ze heeft het opnieuw geweten.

Ze deed mee aan een Theatertour LULverhalen; de titel is een indicatie van het beschavingsniveau van Nederland. De initiatiefnemer van de show is de Surinaamse komediant Howard Komproe. Op één van de shows begon Simons over Zwarte Piet. Het publiek liep woedend de zaal uit en eiste haar geld terug. De organisator heeft Simons vervolgens uit de show gehaald. Het theater heeft de bezoekers een excuusmail gestuurd. Check de producent: “De LULverhalen zijn altijd spraakmakend, maar dit ging de verkeerde kant op.” De rol van Simons werd overgenomen door pornoster Bobbi Eden. Pornoster Bobbi is op een andere, kennelijk betere, manier spraakmakender dan Simons. Dit is de bizarre wereld waarin we in Nederland leven.

Toen besloot ze om zich aan te sluiten bij  DENK. In De Wereld Draait Door  was ze ijzersterk, samen met haar partijgenoten Tunahan Kuzu en Farid Azarkhan. Ze liet zich niet uit het veld slaan door de witte presentatoren en had op alles een prima antwoord. Haar toetreding tot DENK was ook een symbool van de verbinding van de zwarte strijd en de strijd tegen islamofobie.

DENK is daarna niet veranderd. Het partijprogramma is niet gewijzigd. De stijl is niet veranderd. Het uittreden van Sylvana uit DENK heeft niet te maken met een verandering bij DENK, maar een verandering bij Sylvana. In een interview met het NOS-journaal zegt ze: “De idealen van DENK daar kan ik nog steeds achter staan. De manier waarop DENK dat ideaal probeert te realiseren, daarvan krijg ik toch steeds meer signalen dat mensen dat als polariserend ervaren. En als je polarisatie wilt tegengaan, dan moet je daar natuurlijk niet aan meewerken.”

Je vraagt je af: van wie zijn die signalen afkomstig en wat wordt bedoeld met “polariserend”? Die term wordt vaak gebruikt door witte mensen als mensen van kleur assertief worden.

Hoe het ook zij, we zijn nu geconfronteerd met een situatie waarbij de eenheid tussen de zwarte en moslimgemeenschap die gesymboliseerd was in de rol van Sylvana bij DENK, is verbroken. Voor veel zwarte mensen blijft Sylvana het symbool van zwart verzet tegen racisme en is het logisch dat velen haar zullen steunen.

Een grote zorg is hoe te vermijden dat er een dynamiek ontstaan waardoor de zwarte gemeenschap tegenover de moslimgemeenschap komt te staan. De dynamiek zal tot uiting komen in verhalen vanuit de zwarte gemeenschap over hoe racistisch moslims zijn. De Islam wordt dan gepresenteerd als een etniciteit in plaats van een geloof. Als je zegt dat moslims racisten zijn dan zeg je dat veel Afrikanen racisten zijn, omdat 53% van Afrika uit moslims bestaat.[1] Dan zullen er koloniale verhalen komen over Arabieren die Afrikanen als slaven hebben verkocht. Ook hier wordt etniciteit met geloof verward. De meeste totslaafgemaakten komen uit West-Afrika, waar geen Arabieren wonen. Die zitten in Noord Afrika. Zwarte collaborateurs die witte slavenmakers hielpen met het tot slaaf maken van zwarte mensen hadden niet één geloof: de islam. Er zat van alles en nog wat erbij inclusief Christendom en Afrikaanse godsdiensten.

Je zou denken: wat heeft dit alles te maken met DENK en haar partijprogramma? Niks. Het is gewoon een manier om verdeel-en-heers toe te passen om de gekleurde gemeenschap in Nederland te verzwakken. Wat kan ertegen gedaan worden?

Ten eerste, vanuit de moslimgemeenschap begrip opbrengen voor de zwarte mensen die met Sylvana meegaan. Velen doen dat niet omdat ze tegen DENK of moslims zijn, maar omdat ze zich vertegenwoordigd willen zien in de politiek en Sylvana een symbool daarvan is. Het is ook heel terecht dat een etnische groep politici uit haar eigen groep steunt zoals het ook heel terecht is dat vrouwen zich in politieke partijen vertegenwoordigd willen zien en geen genoegen nemen met het idee dat mannen hun belangen zullen behartigen. Het antwoord van Farid Azarkhan was een stap in de goede richting. Hij vertelt zijn versie van het verhaal op een waardige wijze en zonder wrok.

Ten tweede, vanuit de zwarte gemeenschap die Sylvana gaat steunen zorgen dat ze niet meegaan in islamofobie. De media zullen steeds proberen Sylvana tegen DENK op te zetten in plaats van Sylvana tegen de PvdA of Groen Links. Het is te hopen dat ze daar niet in meegaat. Voor nu is het nodig dat ze aangeeft waarom ze uit DENK is vertrokken, maar voor de komende maanden zal ze de strijd tegen racisme en islamofobie kunnen versterken als ze de kaart van verdeel-en-heers weigert te spelen.

Sylvana moet straks standpunten gaan innemen o.a. over quota-regelingen of herstelbetalingen. Stel dat ze de standpunten van DENK overneemt. Denkt ze niet dat witte mensen gaan schreeuwen dat ze polariserend is. Gaat ze dan terugkomen op deze standpunten? Als ze dat doet, hoe kan ze dan volhouden dat ze een radicale stem is van zwarte mensen? We moeten haar het voordeel van de twijfel geven en hopen dat ze nog steeds achter de standpunten van DENK staat, zoals ze in het NOS-interview zei.

Op die manier is Sylvana en DENK in de Tweede Kamer beter voor de zwarte en moslimgemeenschap. Misschien dat ze elkaar dan kunnen vinden in een gezamenlijke strijd.

[1] http://www.muslimpopulation.com/africa/.

Wat zijn de kansen voor partijen van kleur bij de komende verkiezingen?

Sandew Hira
24-12-2016

Voor wie hier belangstelling voor heeft heb ik wat cijfers bij elkaar gehaald over de kansen op zetels voor partijen van kleur.

Kolom (1): De grootste etnische groepen. De categorie “Overige niet-westers” bestaat uit tientallen nationaliteiten, van Somaliërs tot en met Irakezen.

Kolom (2): het aantal mensen per etnische groep volgens het CBS in 2016.

Kolom (3): Het aantal stemgerechtigden op basis van de inschatting dat 75% van de niet-westerse bevolking stemgerechtigd is (18 jaar of ouder).

Kolom (4): de daadwerkelijke opkomst op basis van 2012 (74%) (Opkomst max.)

Kolom (5): de opkomst van “niet-westerse allochtonen” op basis van een peiling van het bureau Motivaction in 2012.[1] (Opkomst min).

Kolom (6): het aantal “etnische” zetels op basis van een maximale opkomst en een kiesdeler van 63.000.

Kolom (7): het aantal “etnische” zetels op basis van een minimale opkomst en een kiesdeler van 63.000.

 

 

(1) (2) (3) (4) (5) (6) (7)
Etnische groep Bevolking Stem-gerechtigd Opkomst

max

Opkomst

min

Zetels

max

Zetels

min

Marokko 385.761 289.321 214.097 130.194 3,4 2,1
Antillen/Aruba 150.981 113.236 83.794 50.956 1,3 0,8
Suriname 349.022 261.767 193.707 117.795 3,1 1,9
Turkije 397.471 298.103 220.596 134.146 3,5 2,1
Overige
niet-westers
813.357 610.018 451.413 274.508 7,2 4,4
Totaal 2.096.592 1.572.444 1.163.609 707.600 18,5 11,2

 

Wat kunnen we uit de tabel afleiden?

  1. Het aantal etnische zetels varieert van minimaal 11 tot maximaal 18.
  2. Ik heb het idee dat de opkomst onder de kleine nationaliteiten kleiner is dan onder de grote, maar ik heb daar geen harde cijfers over.
  3. Een groot aantal zetels zit bij de kleine nationaliteit (4-7). De vier grote nationaliteiten zijn samen goed voor 7-11 zetels, waarbij Turken en Marokkanen 4-7 en Surinamers en Antillianen/Arubanen 2-4).
  4. Deze zetels worden niet alleen onder “etnische” partijen verdeeld. Ook kandidaten van kleur van reguliere partijen trekken deze stemmen.
  5. Sommige mensen van kleur stemmen niet op een “etnische” kandidaat. Sommige witte mensen stemmen op een “etnische” kandidaat.
  6. Zowel DENK als Sylvana Simons maken een goede kans om op basis van “etnische” stemmen in de kamer te komen. Maar mijn inschatting is dat de Marokkanen en Turken stemmen eerder op een etnische partij stemmen dan Surinamers en Antillianen. Die stemmen eerder op zwarte kandidaten van de reguliere partijen. Ik heb geen harde cijfers hierover. Ik kan me vergissen.
  7. Sylvana Simons zal het vooral van de Afro-stemmen hebben. De Surinaame bevolking bestaat voor de helft uit niet Afro’s (Hindostanen, Javanen en andere kleine nationaliteiten). Ik schat in dat ze een goede kans maakt op minimaal 1 zetel en DENK op minimaal 3.

 

[1] http://nos.nl/artikel/415800-lage-opkomst-allochtonen.html

 

WHITE PRIVELEGE OFTEWEL DE ONZIN VAN HET VERANDEREN VAN ONRECHT IN VOORRECHT – ANTWOORD AAN DYAB ABOU JAHJAH

Sandew Hira
21-12-2016

Inleiding

Stel je eens voor. Je bent Jood, woont in Duitsland onder Hitler en wordt gedwongen om een Davidster te dragen. Dan komt een Duitser langs en toont zijn solidariteit met je. In plaats van te roepen: “Hier is sprake van een groot onrecht!”, roept hij: “Hier is sprake een groot voorrecht voor Duitsers. Zij hoeven geen Davidster te dragen!” Hoe zou je ernaar kijken?

Je zou denken dat dit een grote grap is uit een standing comedy show over Nazi-Duitsland. Je zou het echt niet serieus nemen.

Je bent een persoon van kleur in Nederland. Elke dag maak je mee dat jij of iemand uit je directe omgeving bij een sollicitatie moet toekijken hoe een wit persoon met dezelfde kwalificaties als jij de baan krijgt waar je beiden op hebt gesolliciteerd. Je weet dat dit niet ligt aan je kwalificatie maar aan een onrechtvaardig racistisch systeem. Elke dag moet je horen hoe Wilders je beledigt en vernedert en vervolgens ook nog eens door een rechter veroordeeld wordt maar geen straf krijgt. Je weet dat als jij Wilders zou beledigen, je achter de tralies zou belanden en voelt diep in je binnenste dat dit onrecht is. Elk jaar rond Sinterklaas worden zwarte mensen massaal beledigd en geschoffeerd in een nationale optocht, op nationale televisie en in winkels en kantoren over het hele land. Als je er iets van zegt, wordt je met de dood bedreigd. Je weet dat dit onrecht is.

Vervolgens staat een witte vrouw als Sunny Bergman op en verandert het verhaal over onrecht en roept: “Dit gaat niet over onrecht, maar over voorrecht!”. En als je als een persoon van kleur zegt: “Hé, maar dit is onzin”, staan witte en gekleurde mensen op en roepen in koor: “Dat mag je niet doen! Blijf af van onze Sunny!”

Om het in de (scheld)woorden van Dyab Abou Jahjah, leider van Movement X te zeggen: “Hey look, a white woman is sympathising with our struggle and trying to break some taboos by explaining the notions of “black-facing” and “white privilege” to the average white person, sparking hatred and anger and being considered a traitor… she is putting her carrier at risk by touching subjects that make her less popular even in so called progressive milieus. How dare she! let’s go destroy her! Because who needs allies, and fellow travellers, let’s just make more enemies! Grow the fuck up… #Puberal #SelfDefeating”[1]

Dit is geen standup comedy. Het gebeurt echt!

In deze bijdrage zal ingaan op de volgende punten:

  1. De theoretische fouten in het concept van white privilege.
  2. De praktische implicaties van het concept van white privilege.
  3. De kwestie van strategie en bondgenootschap in de anti-racisme strijd.

1. De theoretische fouten in het concept van white privilege

Het concept van white privilege heeft twee theoretische fouten.

Ten eerste, het verandert witte medeplichtigheid aan racisme in wit onschuld. Laat me een eenvoudig voorbeeld nemen. Een belangrijke erfenis van institutioneel racisme zit vandaag in de arbeidsmarkt. De onderstaande grafiek toont aan dat een kwart eeuw diversiteitsbeleid in Nederland geen wezenlijke verandering heeft gebracht in de racistische structuren op de arbeidsmarkt. Waren in de eerste jaren de verschillen in werkeloosheidspercentage ook te verklaren uit verschillen in opleidingsniveau, tegenwoordig zijn die verschillen in opleidingsniveau klein en gaat het echt om racisme op de arbeidsmarkt.

Nedwerkloosheid

Wie is verantwoordelijk voor deze situatie? Het zijn niet de mensen van kleur die in de structuren van werving en selectie zitten. Het zijn witte mensen die verantwoordelijk zijn voor deze situatie omdat ze in die structuren zitten.

De analyse van white privilege maakt die medeplichtigheid onzichtbaar door een verhaal te construeren van twee mensen die solliciteren – een witte en een zwarte – en de keuze een kwestie van wit voorrecht te laten zijn in plaats van witte onderdrukking. De witte selecteur is vervangen door een witte sollicitant die part noch deel heeft gehad aan het selectieproces.

Ironisch genoeg pretendeert de theorie van white privilege dat het racisme zichtbaar maakt, maar het tegendeel is waar. De witte medeplichtigheid aan racisme is onzichtbaar gemaakt omdat het verhaal is veranderd in een verhaal over een witte onschuldige die wel profiteert van, maar niet verantwoordelijk is voor racisme. Er wordt een scheiding gemaakt tussen de witte persoon die profiteert en een onzichtbaar systeem dat die voorrecht mogelijk maakt, terwijl voorrecht en medeplichtigheid in werkelijkheid direct en nauw met elkaar verbonden zijn. Daarmee bevordert het concept van white privilege het idee van witte onschuld.

In de theorie van white privilege krijg je uitspraken als “ik maak meer kans op een baan als ik solliciteer dan mijn zwarte kennissen”, dus zonder de toevoeging “omdat mijn witte tante in de sollicitatiecommissie zit.” Abou Jahjah gaat al enthousiast applaudisseren voor Sunny Bergman bij de eerste zin. De toevoeging willen ze liever verzwijgen.

De tweede fout in de theorie van white privilege is de verandering van onrecht in voorrecht. Eeuwenlang hebben gekoloniseerde volkeren met hun intellectuele leiders analyses gemaakt van racisme: aard, ontstaan, ontwikkeling. Er is een traditie opgebouwd van analyses die gebaseerd zijn op het ontleden van mechanismen van institutioneel racisme waarbij begrippen als onrecht, onderdrukking en uitbuiting voorop staan en hun oorsprong vinden in kolonialisme en slavernij. Als je in die traditie zit, dan weet je dat racisme gaat om vernedering, uitbuiting, onderdrukking van mensen van kleur. Je analyseert die mechanismen en instituties van onrecht. White privilege zet de zaak op zijn kop. Onze zorg is niet meer de onderdrukte mens. Onze zorg is het ongemak en de onschuld van de onderdrukkers! We strijden niet meer tegen onrecht. We moeten gaan strijden tegen voorrecht. Hoe krom wil je het hebben?

2. De praktische implicaties van het concept van white privilege

Wat zijn de praktische implicaties van de verandering van de strijd tegen racisme in een strijd tegen onrecht naar een strijd tegen voorrecht?

Het deradicaliseert de strijd tegen racisme. In plaats van de focus te leggen op de organisatie en empowerment van de gemeenschappen van kleur moeten we ons gaan druk maken over hoe wij een inlevingsvermogen moeten gaan ontwikkelen om meer begrip te hebben voor witte mensen die worstelen met hun “witte voorrechten”. Ons probleem moet kennelijk nu zijn hoe we white saviour Sunny Bergman moeten ondersteunen als diehard racisten haar bekritiseren. Hoe zit het met mensen van kleur die al eeuwenlang bekritiseerd worden omdat ze de witte woede niet willen behagen? Sinds wanneer is dat minder belangrijk geworden dan het slachtofferschap van Sunny Bergman?

Zwarte documentairemakers die niet eens een baan kunnen krijgen vanwege een systeem van onrecht moeten hun sympathie gaan betuigen voor white saviour documentairemaker Sunny Bergman die opereert in een systeem van voorrecht. Dat is de wereld op zijn kop. Niet Sunny Bergman moet gevraagd worden om te zeggen: “Deze documentaire had gemaakt kunnen worden door een zwarte filmmaker, maar dat is niet gebeurd omdat ik mijn witte voorrecht om het te maken heb opgeëist.” De zwarte documentairemaker moet geleerd worden om te zeggen: “Dankjewel Sunny voor deze documentaire” en vervolgens ook getraind worden om de toevoeging weg te laten “die ik beter had kunnen maken dan jij, omdat ik een betere theorie over racisme heb”.

3. De kwestie van strategie en bondgenootschap in de anti-racisme strijd

Met de opkomst van extreem-rechts en de neergang het Westers kolonialisme zullen de gemeenschappen van kleur de grootste klappen krijgen. Extreem-rechts richt zich niet alleen op racisme. Het richt zich ook op de linkse beweging die strijdt tegen het kapitalisme. In die strijd is een bondgenootschap van de gekleurde gemeenschappen met linkse krachten in de witte gemeenschap van cruciaal belang.

Waarop moet zo’n bondgenootschap gebaseerd worden?

Ten eerste op een program van eisen. Een cruciaal onderdeel heeft betrekking op arbeid en inkomen: de noodzaak van quota-regelingen. De eis voor quota-regelingen moet gekoppeld worden aan de eis om gelden die besteed worden aan gemeenschappen van kleur te gunnen aan mensen van kleur. Anti-racisme bureaus die nu vooral door witte mensen worden bemenst, moeten door mensen van kleur worden bemenst, en niet alleen de positie van stagiaire, maar ook de positie van directeur. Documentaires gewijd aan de gemeenschappen van kleur moeten door mensen uit die gemeenschappen worden gemaakt. Bij vrouwen is dat vanzelfsprekend. Ik moet nog eens zien dat bureaus voor vrouwenemancipatie voornamelijk door mannen zouden worden bemenst.

Hierover moeten witte linkse organisaties het eens zien te worden met organisaties uit de gekleurde gemeenschappen.

Ten tweede, de erkenning dat er een diversiteit aan analyses is. We weten dat sommige analyses wel toegang krijgen in de mainstream media en andere niet. In de anti-racisme beweging kun je niet doen alsof de analyse van White Privilege de enige correcte analyse is en dat kritiek daarop gelijk staat aan onvolwassenheid zoals Abou Jahjah in zijn bijdrage stelt.

Ten slotte, de anti-racisme beweging moet gekenmerkt worden door een vrijheid van debat. Een kritiek op een theorie moet niet gebracht worden als een kritiek op een persoon. Het gaat niet om de persoon van Sunny Bergman. Het gaat om de theorie van white privilege.

 

Op deze basis is een bondgenootschap heel goed mogelijk. Anders houden we elkaar voor de gek.

 

[1] Facebook Dyab Abou Jahjah, 19-12-2016 15:07

SUNNY BERGMAN EN HET VERSCHIL TUSSEN VOORRECHT EN ONRECHT

Sunny Bergman is het lieverdje van de VPRO en de witte linkse elite in Nederland. Een beetje anti-racistisch, een beetje kritisch en gesubsidieerd met geld dat bedoeld is voor de zwarte gemeenschap documentaires maken die een beetje ongemak veroorzaken bij witte mensen, maar ook niet teveel. Je kietelt het ongemak, zodat de witte elite kan zeggen: zit wat in, maar gelukkig laat onze Sunny zien dat we er mee willen dealen op prettige manier: veel praten en koffie drinken met elkaar. Niks institutioneel racisme.
Dat was met de documentaire over Zwarte Piet het geval en nu ook met de documentaire Wit is ook een kleur.
De formule is dezelfde: je neemt een onderwerp dat zwarte activisten op de agenda hebben gezet. Je weet dat daar twee stromingen zijn: activisten die racisme analyseren vanuit het concept van institutioneel racisme en in de lange traditie zitten van radicale decoloniale strijd (Malcolm X, Frantz Fanon, Marcus Garvey etc) en activisten die racisme analyseren vanuit het concept van de scheve interactie tussen mensen (alledaags en weekend racisme, intersectionaliteit) die blijft in de traditie van wit liberalisme.
Vanuit institutioneel racisme stel je bij de documentaire van Bergman al gauw de vraag: waarom worden een kwart eeuw nadat gemeenschappen van kleur gekwalificeerde documentairemakers hebben opgeleverd zwarte documentairemakers niet in staat gesteld om voor de Nederlandse televisie een ongemak te presenteren dieniet kietelend maar confronterend is, zoals je bij zwarte documentairemakers ziet in Engeland of Amerika.
Het concept van witte privilege kietelt wit ongemak. Tja, we zijn bevoorrecht; het is nu eenmaal zo gegroeid en ja moeten daar eens iets aan doen, maar we bedoelen het goed.
Vanuit institutioneel racisme gebruiken we het concept van wit onrecht, niet wit voorrecht. Het verschil tussen voorrecht en onrecht is dat voorrecht kietelt, onrecht confronteert. Bij wit privilege gaat het om een situatie die ontstaan is en vervelend is. Bij onrecht gaat het om een situatie die in stand gehouden wordt en strijd vereist om die te veranderen. Bij voorrecht kun je een wijntje drinken en praten over hoe zwarte mensen meer voorrechten krijgen. Bij onrecht klaag je een systeem aan en wil je fundamentele veranderingen zoals quota-regelingen.
Bergman laat een geliefd experiment zien bij cursussen over wit privilege. Een groep van zwarte en witte mensen staan op een rij. Er wordt een vraag gesteld zoals: “Als ik winkel kan ik er redelijk zeker van zijn dat de bewaker mij niet in de gaten zal houden.” Als je “ja” antwoordt, dan doe je een stap naar voren. Je houdt je adem in: gaan zwarte mensen een stap naar voren doen? Nee! Zijn het echt de witte mensen die een stap naar voren doen. Wie had dat gedacht? Wat een geweldige verrassing!
De vragen zijn kietelend, niet confronterend. Dit is een voorbeeld van een confronterende vraag: “Als ik en een zwarte documentairemaker een programmavoorstel indienen bij de VPRO om racisme te behandelen, dan zal de VPRO mij de opdracht geven, mits ik extra geld weet te halen uit subsidiepotjes die bedoeld zijn voor de zwarte gemeenschap.”
Sunny Bergman kan nu twee stappen naar voren doen. De komende tijd zullen er ongetwijfeld meer stappen volgen, omdat de zwarte gemeenschap nog niet zover is dat ze kan eisen: quota-regelingen bij de publieke omroepen die zwarte filmmakers in staat stellen uit het reguliere budget programma’s te laten maken over racisme.
Tot die tijd geld: een kinderhand is gauw gevuld en werk maar liever met het concept van voorrecht in plaats van onrecht.

Aankomende publicatie: 20 Questions and Answers on Islam and Women from a reformist vision

In juni 2016 presenteert IISR de nieuwe publicatie van Asma Lamrabet, getiteld “20 Questions and Answers on Islam and Women from a reformist vision”. In het Engelstalige boek bekritiseert de auteur zowel een conservatief Islamitisch perspectief als een etnocentrisch, islamofobisch en westers perspectief over “vrouwen in de Islam”.

DTM05LamrabetIslamWomenFront400

In “20 Questions and Answers” bekritiseert Asma Lamrabet beide perspectieven vanuit een reformistische aanpak. Ze neemt de stellingen van deze perspectieven en gaat terug naar de bronnen – de Qu’ran en de Hadith – om de verschillende argumenten te analyseren en te wegen tegen de interpretaties. Vragen die in het boek behandeld worden zijn onder andere:

  • Zijn mannen en vrouwen ongelijk in de Islam?
  • Staat de Qu’ran geweld tegen vrouwen toe?
  • Is polygamie een huwelijksnorm in de Islam?
  • Wat zegt de Qu’ran over het dragen van een sluier, ofwel de “hijab”?

Asma Lamrabet is directeur van de Studies and Research Centre on Women’s Issues in Islam of Rabita Mohammadia des Ulemas in Rabat, Marokko sinds 2011. Het boek verschijnt in juni 2016.

Nakba 1948 – 2016

Op 15 mei 2016 staat Back to Palestine stil bij de al bijna 70 jaar voortdurende Nakba en de huidige stroom Palestijnse vluchtelingen uit Yarmouk die nu Europa binnenkomen. Tijdens de bijeenkomst worden de slachtoffers herdacht die sinds 1948 zijn gevallen en wordt met onder meer enkele Palestijnse prominenten vooruit geblikt op de toekomst van Palestina. Eén van hen is Hatem Bazian, Palestijnse de-koloniale islamitische denker en professor aan UC Berkeley in California, die binnenkort een boek uitbrengt in de serie Decolonizing the Mind van Amrit Publishers in samenwerking met IISR.

Nakba2016

Toen zionistische milities in 1948 Palestina binnenvielen met als doel een Joodse staat te stichten ging dit gepaard met bruut geweld tegen een weerloze burgerbevolking. Hele dorpen werden uitgeroeid en duizenden Palestijnse gezinnen werden genadeloos afgeslacht. Hun huizen en bezittingen werden in beslag genomen en Palestijns grond werd systematisch geconfisceerd. Veel Palestijnen die deze catastrofe -de Nakba- overleefden sloegen massaal op de vlucht. Zij leiden tot de dag van vandaag een mensonterend vluchtelingenbestaan zowel binnen Palestina als in omringende landen en daarbuiten. De catastrofe van de bezetting van Palestina is er een die nog steeds voortduurt en vooruitzichtloos lijkt.

Een van de landen waar de Palestijnen naar toe zijn gevlucht tijdens de Nakba is Syrië. In de vluchtelingenkamp van Yarmouk maken ze onder het bewind van Assad een tweede Nakba mee. Veel van hen probeerden hopeloos de Europese kust te bereiken en hen die het gelukt is bevinden zich nu onder ons in de grote Europese steden of in vluchtelingenkampen in onder andere Griekenland en Macedonië. Ondertussen proberen de Palestijnen die in Palestina zijn gebleven een derde intifada te ontketenen -de Intifada van het Mes-, wat een wanhopige poging is om zelfs met een keukenmes terug te vechten tegen een van ’s werelds meest onmenselijke en geavanceerde legers die een wrede bezetting in stand houdt.

Toch is de vastberadenheid van de Palestijnen er na bijna 70 jaar niet minder op geworden. Het recht om terug te keren naar Palestina en de wil om terug te keren naar huis is er een waar geen leger of bezetter tegenop kan. Binnen Palestina en daarbuiten groeit een nieuwe generatie Palestijnen op die de huissleutels van de generaties voor haar stevig in haar vuist houdt. Een vuist van verzet die zij hoog in de lucht houdt en de wereld en de zionistische bezetter eraan herinnert dat de Palestijnen terug zullen keren en hun land en bezittingen terug zullen krijgen.
Thuis in Palestina.

Organisatie: Back to Palestine
Datum: zondag 15 mei 2016
Tijd: 15.00
Locatie: IIRE
Adres: Lombokstraat 40, Amsterdam
Entrée: € 3,50