De politieke betekenis van de Amerikaanse aanval op Venezuela

De politieke betekenis van de Amerikaanse aanval op Venezuela

Ontvoering

De schokkende aanval op Venezuela en de ontvoering van president Nicolás Maduro en zijn vrouw Cilia Flores hebben een diepe politieke betekenis voor Venezuela en de wereld op vele fronten. Het heeft een nieuw hoofdstuk geopend in de confrontatie tussen het Amerikaanse imperium en de Bolivariaanse revolutie, waarin Trump in een nadelige positie wordt gemanoeuvreerd, hoewel veel waarnemers denken dat dit niet het geval is.

De Amerikaanse regering heeft nu gekozen voor extremere, confronterende benaderingen in haar beleid, die uiteindelijk de Amerikaanse hegemonie in verschillende delen van de wereld zouden kunnen ondermijnen en intern ook zouden kunnen leiden tot de desintegratie van hun politieke basis.

De vooruitzichten voor de anti-imperialistische en dekoloniale beweging om grote stappen voorwaarts te zetten zijn nu, dankzij Venezuela, beter dan ooit tevoren. Laat me deze punten verder toelichten.

Een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Venezuela.

Maduro en Flores worden de nieuwe Mandela’s

Op 3 januari 1990 ontvoerde het Amerikaanse leger, in opdracht van president George H.W. Bush, de militaire heerser van Panama, generaal Manuel Noriega, en bracht hem naar de VS om daar terecht te staan. Guillermo Edara, de leider van de oppositie tegen Noriega, werd door de Amerikanen geïnstalleerd als de nieuwe president. Noriega, een voormalig CIA-agent, werd door de CIA gerekruteerd toen hij nog een jonge militair officier in Panama was. Panama was een belangrijk centrum voor de regionale inlichtingendiensten van de CIA. Noriega stond de VS toe om Panamees grondgebied en grondstoffen te gebruiken voor operaties tegen de Sandinisten in Nicaragua en andere anticommunistische bewegingen. Maar vervolgens transformeerde Noriega Panama in een narcostaat. Hij bood veilige doorgang, witwaspraktijken en bescherming aan het Medellínkartel onder leiding van Pablo Escobar. De CIA verdacht hem ervan informatie te verkopen aan de Cubaanse inlichtingendienst. De interne mening van de CIA veranderde van een lastige maar nuttige aanwinst naar een oncontroleerbare, malafide agent en een directe bedreiging voor de Amerikaanse buitenlandse beleidsdoelstellingen.

Maduro en Flores zijn van een heel ander kaliber dan Noriega. Zij zijn leiders van een populaire anti-imperialistische en socialistische revolutie, de Bolivariaanse Revolutie. Ze genieten een hoge internationale status in het mondiale Zuiden. Hun leiderschap is gebaseerd op hoge morele, ethische en ideologische waarden. Ze zouden vergeleken moeten worden met Nelson Mandela, niet met Manuel Noriega. En zo zal hun aanzien de komende maanden, misschien wel jaren, groeien. De roep “Bevrijd Nelson Mandela” vond weerklank in de harten van progressieve mensen over de hele wereld. De roep “Bevrijd Maduro en Flores” zal hetzelfde effect hebben.

De manier waarop zowel Maduro als Flores zich gedroegen in de nasleep van de ontvoering en de voorbereidingen voor het proces, vervulde veel mensen in en buiten Venezuela met immense trots vanwege hun moed, waardigheid en karakter. Op 6 januari hield Diosdado Cabello, secretaris-generaal van de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela (PSUV) en minister van Binnenlandse Zaken, Justitie en Vrede, een toespraak tijdens de Nationale Vrouwenmars in Caracas, waarin hij een anekdote vertelde die een luid applaus van de demonstranten opleverde. Cabello herinnerde eraan dat Cilia Flores zich tegen de aanvallers verzette en verklaarde dat als ze president Maduro zouden meenemen, ze haar ook moesten meenemen, een gebaar dat hij beschreef als een demonstratie van de moed, waardigheid en dapperheid van Venezolaanse vrouwen. Hoewel Maduro grotendeels ongedeerd werd gevangengenomen, liep Cilia Flores zichtbare verwondingen op tijdens de strijd en verscheen ze later voor de rechter met verbanden en vermoedelijk gebroken ribben. Cabello: “Dat is wat Venezolaanse vrouwen zijn: moedig, toegewijd, helder van geest en bereid om hun volk, hun land en hun geliefden met hun leven te verdedigen.” [1] Dat verhaal zal in het geheugen van toekomstige generaties gegrift blijven. En dat geldt ook voor de houding van Maduro tijdens zijn gevangenschap.

Eerste berichten vanaf het oorlogsschip gaven aan dat Maduro zich tijdens de vlucht naar New York “strijdlustig en oncommunicatief” gedroeg en weigerde het gezag van zijn ontvoerders te erkennen. Een foto die president Trump op 3 januari op Truth Social plaatste, toonde Maduro geblinddoekt, geboeid en met gehoorbescherming. Deze maatregelen zijn standaard voor belangrijke doelwitten die zich verzetten of die door militairen gedesoriënteerd gehouden moeten worden om verder verzet of communicatie tijdens het transport te voorkomen.

Na zijn landing op de Stewart Air National Guard Base in New York, toonde een video, vrijgegeven door het “Rapid Response”-team van het Witte Huis, hoe Maduro door DEA-agenten door een gang werd begeleid. In het 12 seconden durende fragment is hij geboeid te zien, kijkend naar de camera, terwijl hij in het Engels “Gelukkig Nieuwjaar” en “Goedenacht” zegt. Bij het betreden van de rechtszaal van rechter Alvin Hellerstein in Manhattan voor zijn aanklacht, keek Maduro opnieuw naar de publieke tribune en de jurybank (waar verslaggevers zaten) en zei “Gelukkig Nieuwjaar!” in het Engels voordat hij ging zitten. Hij deelde de rechter onmiddellijk mee: “Ik ben een ontvoerde president” en “Ik beschouw mezelf als een krijgsgevangene” . Dit is een strategische weigering om mee te werken met het Amerikaanse strafrechtsysteem, omdat het de gebeurtenis afschildert als een illegale militaire ontvoering in plaats van een rechtmatige arrestatie. Hij maakte ook het V-teken (overwinning, vrede) en balde zijn vuist om aan te geven dat hij zou blijven vechten. Het V-teken werd vergezeld door de wijsvinger van de andere hand, een verwijzing naar de handtekening van Hugo Chávez. Het was een teken van verzet.

In de komende maanden, misschien wel jaren, zullen Maduro en Flores de rechtszaal gebruiken als een theater van verzet dat miljoenen mensen over de hele wereld zal inspireren. Hun acties zullen worden ondersteund door het kader dat de Bolivariaanse regering heeft gecreëerd voor hun vrijlating. Op haar eerste dag als waarnemend president stelde Delcy Rodríguez een speciale commissie in die zich zal inzetten voor de vrijlating van de constitutionele president Nicolás Maduro Moros en first lady Cilia Flores. De roep om vrijheid zal weerklinken in alle overheidszaken van Venezuela en in volksbewegingen tegen het imperialisme.

Op 22 april 2002 werd Hugo Chávez tijdens een staatsgreep ontvoerd door een onderdeel van het door de VS getrainde leger en naar het eiland La Orchila voor de kust van Venezuela gebracht. Hij gaf een geschreven boodschap af met de tekst: “Ik ben niet afgetreden. Ik ben nog steeds de president.” Honderdduizenden Chávez-aanhangers uit de arme wijken omsingelden het paleis van Miraflores en eisten hun president te zien. Middelbare officieren die Chávez trouw bleven, kwamen in opstand tegen de coupplegers en heroverden het paleis zonder een schot te lossen. Loyalisten vlogen naar La Orchila, bevrijdden Chávez en brachten hem op 13 april terug naar Caracas. En nu hoor je in de straten van Caracas de slogan “Elke 11e heeft zijn 13e”, die de hoop uitdrukt dat Maduro ooit naar huis zal terugkeren.

De ontvoering van Maduro en Flores zou wel eens een heikel punt kunnen worden voor Amerikaanse beleidsmakers, met mogelijk averechtse gevolgen, waardoor ze hen zo snel mogelijk willen afzetten.

De Bolivariaanse leiding heeft de test van de geschiedenis doorstaan: revolutionair leiderschap in tijden van crisis

De Amerikaanse aanval was in veel opzichten schokkend. De VS gebruikten elektronische oorlogsvoering om Caracas plat te leggen, het elektriciteitsnet van de stad uit te schakelen en de communicatie van het Venezolaanse leger te verstoren. De radar- en communicatiesystemen werden door elektronische oorlogsvoering uitgeschakeld voordat de aanval begon. De bewakers werden verlamd door het gebruik van “akoestische apparaten” (sonische wapens) die intense pijn, braken en desoriëntatie veroorzaakten, waardoor Maduro’s persoonlijke beveiliging, ondanks hun honderden manschappen, geen effectieve verdediging kon opzetten. Amerikaanse vliegtuigen (waaronder F-35’s) en Tomahawk-raketten bombardeerden luchtafweergeschut en hangars op de luchtmachtbasis La Carlota om te voorkomen dat Venezolaanse straaljagers konden opstijgen om de president te beschermen.

Direct na de ontvoering riep president Trump de overwinning uit. Hij ging ervan uit dat de Bolivariaanse leiding een psychologische schok had ondergaan waardoor elk verzet zinloos was geworden. Vicepresident Delcy Rodríguez zou Marco Rubio hebben gebeld om de machtsoverdracht te bespreken. De VS zouden Venezuela gaan besturen.

Binnen een uur na deze aankondiging veroordeelde Delcy Rodríguez de Amerikaanse operatie als een “barbaarse” en “illegale ontvoering” en benadrukte ze dat Maduro de “enige president van Venezuela” bleef. Ze verklaarde dat Venezuela “nooit meer iemands kolonie zou zijn” en riep op tot de onmiddellijke vrijlating van Maduro en Flores. Op maandag 5 januari werd ze formeel beëdigd als interim-president voor de Nationale Assemblee. Tijdens de ceremonie legde ze een eed af ter ere van de nalatenschap van Hugo Chávez en Maduro, waarbij ze haar rol omschreef als die van “bewaker” van de revolutie terwijl zij als “gijzelaars” worden vastgehouden.

Maar de Bolivariaanse leiding beperkte zich niet tot dit soort verklaringen. Ze erkende dat er in deze fase behoefte is aan eenheid, stabiliteit en veiligheid. Minister van Defensie Vladimir Padrino López en minister van Binnenlandse Zaken, Justitie en Vrede Diosdado Cabello verklaarden hun steun aan Rodríguez. De Nationale Assemblee stond volledig achter haar. De Amerikaanse aanval, waarbij honderd mensen omkwamen, onder wie 32 Cubanen, en vele anderen gewond raakten, veroorzaakte grote verontwaardiging onder de Venezolaanse bevolking. Jorge Arreaza, voormalig minister van Buitenlandse Zaken, vertelt over de gevolgen: “Ik kan zeggen dat de populariteit van president Maduro en de Venezolaanse regering vandaag de dag veel groter is dan op 31 december. Dus dat is al iets: we komen dichter bij elkaar. We verenigen ons zelfs meer dan ik had gedacht. Ik heb familieleden die de regering van de revolutie nooit hebben gesteund en ze hebben me gebeld en gezegd: ‘Jorge, wat moet ik doen? Waar is mijn wapen? Wat moet ik doen om mijn volk te verdedigen? Waar moet ik heen naar een demonstratie om president Maduro te steunen?’ Zelfs zij zeggen dat ze president Maduro missen en dat ze hem niet mochten, maar dat ze hem missen.”[2]

De Bolivariaanse leiding moet zich realiseren dat er grote kansen zijn om een groot deel van de bevolking te verenigen, met name degenen die twijfels hadden over de revolutie. Deze eenheid hangt af van hoe de regering zich staande houdt in deze onzekere en zeer gevaarlijke tijden. En ze kiezen voor een pragmatische, maar tegelijkertijd principiële aanpak.

De principiële aanpak was om te blijven aandringen op de bescherming van de soevereiniteit van Venezuela. De pragmatische aanpak was om de oorlogszuchtigen in de Amerikaanse regering, die een tweede aanval bepleitten die veel meer Venezolanen het leven zou hebben gekost, te dwarsbomen. De leiding pakte dit op een zeer slimme manier aan.

Rodríguez publiceerde een open brief aan Trump waarin ze een “evenwichtige en respectvolle” relatie voorstelde. Ze nodigde de VS uit om samen te werken aan een ontwikkelingsagenda. Ze stelde gesprekken voor om Amerikaanse energiebedrijven te laten helpen bij de wederopbouw van de Venezolaanse olie-infrastructuur. Sommigen aan de linkerkant hebben dit geïnterpreteerd als een capitulatie van de Bolivariaanse leiding. Maar laten we het ook eens vanuit praktisch oogpunt bekijken. Trump wilde 30 tot 50 miljoen vaten olie gratis. Nu heeft hij ermee ingestemd de marktprijs voor deze olie te betalen. Dit is in feite een schending van de Amerikaanse sancties tegen Venezuela.

Trump heeft van Rodríguez geëist dat hij Amerikaanse energiebedrijven volledige toegang geeft tot de olievelden van het land. De VS verwacht dat deze bedrijven ongeveer 100 miljard dollar zullen investeren in de modernisering van de Venezolaanse olie- en gasinfrastructuur. Rodríguez verwelkomde deze investeringen, die een verdere afbouw van het sanctieregime zouden betekenen. Maar hierin schuilt de slimheid van Rodríguez’ strategie. Hij bracht de VS en Venezuela in een onderhandelingsproces terecht, in plaats van in een militaire confrontatie.

In 2007 onteigende Hugo Chávez voor meer dan 12 miljard dollar aan activa van bedrijven als ExxonMobil en ConocoPhillips. Sindsdien weigeren deze bedrijven al bijna twintig jaar in Venezuela te werken. Tijdens de onderhandelingen eiste Rodríguez een “schone lei”-beleid, waarmee Trump instemde. Wat betekent dit?

  • Prioriteit geven aan nieuwe groei boven oude schulden: Trump heeft CEO’s aangespoord zich te richten op toekomstige winsten in plaats van te blijven stilstaan bij verliezen uit het verleden. Tijdens de bijeenkomst op 9 januari, toen ConocoPhillips-CEO Ryan Lance de $12 miljard noemde die zijn bedrijf nog tegoed heeft, zou Trump hebben gegrapt dat het een “goede afschrijving” was en benadrukt dat de VS nu als directe “poortwachter” voor nieuwe deals zou optreden.
  • Direct beheer door de VS: Trump zei tegen topmanagers: “Jullie hebben rechtstreeks met ons te maken en helemaal niet met Venezuela.” Doordat het Amerikaanse ministerie van Financiën en het ministerie van Energie de contracten en bankrekeningen beheren, wordt het risico weggenomen dat de Venezolaanse overheid de activa opnieuw in beslag neemt.
  • Juridische immuniteit tegen schuldeisers: Op 9 januari 2026 ondertekende Trump een presidentieel decreet dat alle Venezolaanse olie-inkomsten op Amerikaanse rekeningen beschermt tegen “gerechtelijke schadevergoedingen”. Dit betekent dat de duizenden mensen en bedrijven aan wie Venezuela geld verschuldigd is (in totaal 150 miljard dollar, inclusief Exxon en Conoco zelf voor hun verliezen uit het verleden) geen rechtszaak kunnen aanspannen om beslag te leggen op de nieuwe olie-inkomsten. Als voormalig olieminister beschikt Rodríguez over de technische expertise om deze zaken aan te pakken. Ze weet hoe ze deals moet sluiten in het belang van haar land en bevolking.

 

Trump heeft moeite om Amerikaanse bedrijven te overtuigen om in Venezuela te investeren. De reden is simpel. Ondanks zijn beweringen dat de VS Venezuela bestuurt, is de werkelijkheid heel anders. Op 10 januari waarschuwde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken alle Amerikanen in Venezuela om het land onmiddellijk te verlaten. Nu de internationale vluchten vanuit Venezuela zijn hervat, dringt het ministerie er bij Amerikanen op aan om zo snel mogelijk te vertrekken. Volgens het ministerie lopen Amerikanen risico bij wegversperringen waar gewapende milities voertuigen controleren op Amerikanen of tekenen van steun aan de VS. Blijkbaar bestuurt de VS Venezuela niet, waardoor oliemaatschappijen aarzelen om te investeren in een soeverein land.

Tot nu toe heeft de Bolivariaanse regering blijk gegeven van revolutionair leiderschap, waardoor een militaire confrontatie is vermeden en de soevereiniteit van het land gewaarborgd blijft. Het Venezolaanse leger en de politie hebben de veiligheid en stabiliteit volledig onder controle. De oppositie is er niet in geslaagd gewelddadige aanvallen op de bevolking uit te voeren, zoals ze dat in eerdere perioden van hevige politieke confrontatie wel deden. De regering heeft zich gericht op het garanderen van voedselproductie en -distributie. In haar eerste toespraak als waarnemend president presenteerde Rodríguez een overzicht van de agro-industriële prestaties van het land voor 2025. Ze rapporteerde een groei van 8,12% in de agrovoedingssector, een groei van 10,37% in de landbouwsector (met een directe impact op het bbp) en een groei van 9% in de veeteeltsector. Ze kondigde een doelstelling aan voor 2026 om 200.000 hectare te activeren voor gemeenschappelijke productie en kleinschalige landbouw. Het belangrijkste doel is om de import van peulvruchten, zoals zwarte bonen, kidneybonen, mungbonen en sojabonen, te vervangen om voedselsoevereiniteit te garanderen.

Vandaag heeft de Bolivariaanse leiding Trump in een positie van samenwerking in plaats van confrontatie gemanoeuvreerd en is zij feitelijk bezig de economische boycot beetje bij beetje af te bouwen. Het valt nog te bezien hoe lang dit de komende maanden en jaren kan worden volgehouden. Ondertussen bouwt Venezuela aan zijn bondgenootschap met China, Rusland, Iran en Cuba en bereidt het zich voor op de volgende confrontatie.

Het onvoorspelbare karakter van de Trump-regering: gangster, clown, fascist

Donald Trump gedraagt zich tegelijkertijd als een gangster, een clown en een fascist. De moord op honderd vissers die ervan verdacht werden drugs in hun boot te vervoeren, zonder enig bewijs, de gewelddadige ontvoering van een staatshoofd van een soevereine natie en de moord op honderd mensen zijn fascistische terreurdaden. Zijn openlijke aankondiging dat hij de grondstoffen van Venezuela wil stelen, is een daad van een gangster. Zijn bewering dat hij de regering van Venezuela leidt, is een daad van een clown. En toch staat hij aan het hoofd van de machtigste militaire machine ter wereld.

De Amerikaanse regering werkt nauw samen met de zionistische regering van bezet Palestina. De genocide in Palestina en de strategie om de leiders van de as van verzet uit te schakelen, hebben hen een gevoel van overwinning gegeven. Ze denken dat ze hun agenda aan de rest van de wereld kunnen opleggen. In tegenstelling tot zijn belofte om een einde te maken aan eindeloze oorlogen, bevindt Trump zich in een positie waarin hij eindeloze oorlogen voert op verschillende fronten: Latijns-Amerika, Oost-Europa, West-Azië, Zuidoost-Azië en recentelijk zelfs in Afrika (de bombardementen op Nigeria).

Binnen de VS ontketende hij een oorlog tegen zijn eigen bevolking. Trump heeft federale troepen ingezet in verschillende door Democraten bestuurde steden, onder verwijzing naar hoge criminaliteitscijfers en binnenlands terrorisme. In augustus 2025 ondertekende hij een decreet waarin de Nationale Garde werd opgedragen gespecialiseerde eenheden voor “burgerlijke onrust” op te richten, die op zijn directe bevel kunnen worden ingezet om protesten of verzet te onderdrukken. Begin 2026 ondergaat de Amerikaanse immigratiedienst (ICE) een enorme transformatie en verandert van een standaard wetshandhavingsinstantie in de belangrijkste motor van Trumps “massale uitzettingscampagne”.

De aanval op Venezuela was een tactische overwinning, maar tegelijkertijd een strategische nederlaag. De gangster riep de overwinning uit vanwege de succesvolle ontvoering van Maduro en Flores. Het strategische doel was echter een regimeverandering. En die heeft niet plaatsgevonden, ondanks de beweringen van de clown van het tegendeel. Hij bestuurt Venezuela niet. Sterker nog, hij verandert het sanctieregime dat aan Venezuela is opgelegd om de illusie te wekken dat hij het land controleert.

De weg naar een strategische nederlaag voor Trump

Groenland

Met een tactische overwinning op zak dacht Trump dat hij gewonnen had. Maar het had het tegenovergestelde effect. De dreigementen om Groenland te bezetten en te annexeren hebben geleid tot verzet van zijn NAVO-bondgenoten in Europa. De NAVO is een sleutelonderdeel van het Amerikaanse buitenlandbeleid. Zijn intimidatie rond Groenland ondermijnt deze alliantie, wat goed nieuws is voor de wereld. Als het Amerikaanse leger daadwerkelijk voet aan de grond zet in Groenland, zal dat leiden tot de dood van NAVO-personeel. Het zal het toch al negatieve beeld van de VS in Europa verder versterken. Alle vredelievende mensen zouden moeten bidden voor een invasie van Groenland door het Amerikaanse leger (“VAL GROENLAND ALSJEBLIEFT BINNEN!”), want dit zou een einde kunnen maken aan de Amerikaanse invloed op het Europese continent.

Rusland

Trump pochte dat hij de oorlog in Oekraïne in één dag kon beëindigen. Zijn persoonlijke vertrouwensband met Poetin zou dit mogelijk maken. Een jaar later woedt de oorlog nog steeds en verliest Oekraïne land en mensen. Poetin toont geen enkele bereidheid tot compromissen en Trump raakt met de dag gefrustreerder. De aanval op het paleis van Paduro heeft een soortgelijke gebeurtenis in Rusland in een bijzonder perspectief geplaatst.

Op 29 december 2025 lanceerde Oekraïne een massale aanval met meer dan 90 drones gericht op de residentie van Poetin in Valdai. Poetin was niet thuis tijdens de aanval en alle drones werden onderschept door elektronische oorlogsvoering en luchtverdedigingssystemen. Op 30 december, na een telefoongesprek met Poetin, vertelde Trump aan journalisten dat hij “erg boos” was op Oekraïne vanwege de vermeende poging. Op 5 januari 2026, na te zijn ingelicht door de CIA, herzag Trump zijn standpunt en verklaarde: “Ik geloof niet dat die aanval heeft plaatsgevonden” . Hij beschuldigde Poetin ervan de vrede in de weg te staan. Maar de Russen hadden de brokstukken van de drones verzameld. De navigatiesystemen waren goed bewaard gebleven. Ze toonden aan dat het uiteindelijke doel van de drones een specifieke faciliteit binnen Poetins residentie was. Bovendien hadden deze plannen niet gemaakt kunnen worden zonder de daadwerkelijke medewerking van de CIA. Trump bevindt zich nu in een positie van diep wantrouwen tussen hem en Poetin. Rusland weet nu dat het uitschakelen van leiders niet beperkt is tot zwakkere tegenstanders van de VS.

Iran

Op 13 juni 2025 lanceerde Israël een aanval op Iran, waarbij dertig hoge militaire commandanten en veertien wetenschappers om het leven kwamen. Iran herstelde zich binnen acht uur en begon een luchtkampagne waarbij zo’n duizend ballistische raketten en drones werden afgevuurd op militaire doelen in Tel Aviv en Haifa. Op 22 juni 2025 wierpen Amerikaanse B-2 Spirit stealthbommenwerpers bunkerbommen af op Iraanse nucleaire installaties in Natanz, Fordow en Isfahan. Iran viel de Amerikaanse militaire basis in Qatar aan, de grootste Amerikaanse basis in West-Azië. De Iraanse tegenaanvallen waren verwoestend en Israël en de VS smeekten Qatar om een staakt-het-vuren. Ongeveer 1200 Iraniërs kwamen om het leven tijdens de twaalf dagen durende oorlog.

Vanaf 28 december 2025 braken er in Iran massale demonstraties uit tegen de economische crisis, met stijgende voedselprijzen en een sterke waardevermindering van de Iraanse rial. De protesten werden gekaapt door terroristen, gesteund door de Mossad en de CIA, die een gewelddadige campagne tegen de bevolking en de regering ontketenden. Het was een vervolg op de twaalfdaagse oorlog. De rellen bereikten een hoogtepunt op de avond van 8 januari, toen minstens 13 burgers, onder wie een kind, om het leven kwamen. De autoriteiten meldden de dood van 38 politieagenten. De burgemeester van Teheran, Alireza Zakani, verklaarde dat relschoppers 25 moskeeën in brand staken, 26 banken, drie medische centra, 10 overheidsgebouwen, meer dan 100 brandweerwagens, bussen en ambulances, en 24 appartementen beschadigden. In het hele land zijn meer dan 100 politieagenten vermoord. Sommigen van hen werden onthoofd of levend verbrand. Hierover is in de westerse media nooit bericht. In het Westen worden gewelddadige relschoppers daarentegen juist afgeschilderd als vreedzame demonstranten.

Trump, de gangsterclown, dreigde Iran met militaire actie. En Iran reageerde onmiddellijk. De voorzitter van het Iraanse parlement, Mohammad Bagher, zei dat. Ghaliba zei dat als de regering-Trump ook maar de geringste aanwijzing geeft dat ze een aanval gaat uitvoeren, of zich daarop voorbereidt, Iran zal reageren met een preventieve aanval. Dat zou alle Amerikaanse militaire bases in de regio kunnen treffen. Het zou Tel Aviv kunnen bombarderen. Alles is mogelijk.

Het westerse verhaal over de rellen is dat Iran op de rand van een regimeverandering staat. Net als in Venezuela weten ze niet dat Iran een revolutionaire bevolking heeft die in meerderheid de Islamitische Republiek steunt, hoewel ze wellicht kritiek hebben op hun regering. De relschoppers werden snel neergeslagen en op 12 januari gingen miljoenen Iraniërs de straat op om hun afkeuring van de rellen en hun steun aan de Islamitische Republiek te uiten. In Venezuela waren de massale demonstraties een reactie op de Amerikaanse aanvallen. Ze lieten zien dat het westerse verhaal over een systeem in crisis niet klopt. Venezuela riep op 6 januari een week van nationale rouw uit. Op 11 januari kondigde Iran drie dagen van nationale rouw af voor de martelaren aan het nieuwe front in de oorlog tegen Iran.

De illusie van regimeverandering wordt gevoed door westerse media als onderdeel van een nieuw soort oorlog die de afgelopen decennia is ontstaan.

Een nieuw soort oorlog

In 2013 publiceerde de chef van de Russische generale staf, generaal Valery Gerasimov, een artikel getiteld “De waarde van wetenschap schuilt in vooruitziendheid: nieuwe uitdagingen vereisen een heroverweging van de vormen en methoden van het uitvoeren van gevechtsoperaties” . Zijn openingszin luidt: “In de eenentwintigste eeuw zien we een tendens tot het vervagen van de grenzen tussen oorlog en vrede. Oorlogen worden niet langer verklaard en, eenmaal begonnen, verlopen ze volgens een onbekend patroon.”[3] Gerasimov stelt dat het beleid van door de VS gesteunde regimeverandering is veranderd van openlijke militaire invasie (zoals Operatie Desert Storm) naar een nieuw soort hybride oorlogsvoering. In de landen die de VS als doelwit hebben voor regimeverandering, installeren ze politieke oppositie met behulp van mainstream media zoals CNN en BBC, die fungeren als propaganda-organisaties voor staatscontrole, het internet en sociale media (“soft power” of “digitale democratie”), en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s). Hij concludeert: Wat betreft de omvang van het aantal slachtoffers en de verwoesting, en de catastrofale sociale, economische en politieke gevolgen, zijn dergelijke nieuwe conflicten vergelijkbaar met de gevolgen van een echte oorlog. De ‘oorlogsregels’ zelf zijn veranderd. De rol van niet-militaire middelen om politieke en strategische doelen te bereiken is toegenomen en in veel gevallen zijn ze effectiever dan wapens.[4]

Een andere Russische militaire analist die zich met dit onderwerp bezighoudt, is Andrei Ilnitsky, een gepensioneerd luitenant-generaal van de Russische strijdkrachten. Ilnitsky was tien jaar lang senior adviseur van de Russische minister van Defensie, Sergei Shoigu. In een interview met Scott Ritter legt Ilnitsky de aard van de nieuwe oorlogsvoering uit: “Als het doel in klassieke oorlogen is om de mankracht van de vijand te vernietigen en in moderne cyberoorlogen om de infrastructuur van de vijand te vernietigen, dan is het doel van de nieuwe oorlogsvoering om het zelfbewustzijn te vernietigen, om de beschavingsbasis van de vijandelijke samenleving te veranderen. Ik zou dit type oorlog ‘mentaal’ noemen. Bovendien, terwijl mankracht en infrastructuur hersteld kunnen worden, kan de evolutie van het bewustzijn niet worden teruggedraaid, vooral omdat de gevolgen van deze ‘mentale’ oorlog niet onmiddellijk zichtbaar worden, maar pas na minstens een generatie, wanneer het onmogelijk zal zijn om iets te herstellen.”[5]

Wanneer Russische generaals, die oorlogsvoering grondig bestuderen, tot een conclusie komen die de dekoloniale beweging al decennia geleden trok, dan kunnen we er zeker van zijn dat we een nieuwe fase zijn ingegaan in sociale bewegingen die strijden voor een betere wereld. Hun conclusie dat de beheersing van de geest een nieuwe vorm van oorlog is, sluit aan bij de conclusie van de dekoloniale beweging dat de uitdaging van de toekomst de uitdaging is om de geest te dekoloniseren.

De oorlog in Iran en Venezuela is geen klassieke oorlog zoals de huidige oorlog in Oekraïne, waar legers verwikkeld zijn in militaire confrontaties. De media worden gebruikt om de geest van mensen in en buiten deze landen te manipuleren. Dit brengt ons bij de belangrijkste vraag van de 21e eeuw: wat kunnen wij, activisten en revolutionairen, hieraan doen?

Een herlezing van Lenins “Wat moet er gedaan worden?”

De klassieker

In 1902 publiceerde de Russische marxist Vladimir Lenin een boek met de titel “Wat moeten we doen?”, waarin hij een strategie schetste om het kapitalisme ten val te brengen en een nieuwe wereldorde te vestigen, gebaseerd op het socialisme. [6]De dominante strategie voor het socialisme tot dan toe werd geformuleerd door Duitse marxisten, die betoogden dat het kapitalisme gekenmerkt werd door periodieke economische crises. Tijdens een van deze crises zou de arbeidersklasse in staat zijn om via verkiezingen de staatsmacht over te nemen.

Lenins kritiek was dat de arbeidersklasse alleen een ‘vakbondsbewustzijn’ zou ontwikkelen (een verlangen naar betere omstandigheden binnen het kapitalisme). Hij stelde dat politiek klassenbewustzijn alleen van buitenaf bij de arbeiders kon worden ingebracht, met name door de marxistische intelligentsia. Hij pleitte voor een sterk gecentraliseerde organisatie van ‘professionele revolutionairen’. Deze individuen zouden hun hele leven aan de revolutie wijden en als ‘voorhoede’ de massa’s onderwijzen en leiden. Lenins organisatiestructuur was gebaseerd op het concept van democratisch centralisme. Het werd de drijvende kracht achter de Oktoberrevolutie. Democratisch centralisme is het fundamentele organisatieprincipe van marxistisch-leninistische partijen. Het wordt samengevat in de slogan: ‘Vrijheid van discussie, eenheid van handelen’. In de kern is het een dualistisch systeem dat is ontworpen om democratische participatie (om ervoor te zorgen dat de partij de wil van haar leden weerspiegelt) in evenwicht te brengen met strikte centralisatie (om ervoor te zorgen dat de partij effectief en daadkrachtig kan handelen).

Terwijl andere partijen tijdens de revolutie van 1917 in Rusland gedecentraliseerd of besluiteloos waren, functioneerde Lenins partij als een gedisciplineerde eenheid, waardoor ze ondanks de overweldigende tegenstand de macht konden grijpen en behouden. Lenins model werd de basis voor communistische partijen die ernaar streefden de socialistische en nationaal-democratische revolutie in hun landen te leiden.

Wat moeten we doen in de 21e eeuw?

We leven in een ander tijdperk met vijf onderscheidende kenmerken die het antwoord zullen bepalen op de vraag: wat moeten we doen in de 21e eeuw?

Ten eerste verloor het marxisme na de val van de Sovjet-Unie, de wereldwijde achteruitgang van veel socialistische systemen en de opkomst van de particuliere economie in China, zijn dominantie binnen de anti-imperialistische beweging. Andere bevrijdingstheorieën kregen meer aandacht (islamitische bevrijdingstheologie, dekoloniale theorie, inheemse kennissystemen). De islamitische revolutie van 1979 in Iran positioneerde de islamitische theologie als een antikoloniale theologie en Iran als een van de belangrijkste krachten in de strijd tegen het imperialisme en voor dekolonisatie. De goede relatie tussen de regeringen van Iran, Venezuela en Cuba heeft de weg vrijgemaakt voor een dialoog tussen marxistische, dekoloniale en islamitische denkers over een nieuwe wereldcivilisatie.

Ten tweede verkeren westerse samenlevingen in verval op vele fronten: economisch, politiek, sociaal en cultureel. Het wantrouwen van de massa jegens de overheid is terug te zien in de opkomst van extreemrechts. De dominante liberale media hebben concurrenten van extreemrechts. Er heerst een groeiende woede in deze samenlevingen. De uitdaging voor de progressieve beweging is om deze woede te kanaliseren en om te buigen naar iets positiefs: het bouwen van een betere wereld. Als we de woede alleen vanuit een negatief perspectief bekijken (de opkomst van extreemrechts), verliezen we uit het oog dat het ook een positieve uitdaging biedt: het systeem stort in en we moeten de ineenstorting in een andere richting sturen.

Ten derde beschikken we nu over een theoretisch kader dat ons in staat stelt effectief deel te nemen aan de nieuwe oorlog. De Italiaanse marxist Antonio Gramsci (1891-1937) introduceerde het concept van ‘culturele hegemonie’ om te begrijpen hoe de geest van het volk wordt gemanipuleerd door de heersende klasse. Hij betoogde dat in stabiele kapitalistische samenlevingen directe dwang (politie, leger, wetten) een laatste redmiddel is. Het belangrijkste instrument is consensus, die tot stand komt via het maatschappelijk middenveld met instellingen zoals de media, kunst, literatuur, populaire cultuur, familie, vakbonden, politieke partijen, religieuze organisaties en het onderwijs.

Maar zijn kader van klassenanalyse schiet tekort om de impact van de koloniale wereldcultuur op de kennisproductie te begrijpen. Dat begrip kwam voort uit de dekoloniale theorie. En met het theoretische kader van Decolonizing The Mind (DTM) beschikken we nu over geavanceerde instrumenten om de mechanismen te begrijpen waarmee mentale slavernij werkt en hoe de geest wordt gekoloniseerd. We hebben de instrumenten om deel te nemen aan de nieuwe mentale oorlog.

Ten vierde heeft moderne technologie de aard van informatieverspreiding en onderwijs fundamenteel veranderd. Internet, sociale media en kunstmatige intelligentie hebben nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor kleine groepen, zelfs individuen, om grote invloed uit te oefenen op het vormgeven van de wereld. Met de instrumenten van DTM en de nieuwe technologische omgeving kunnen we grote successen behalen in de strijd voor een nieuwe wereldwijde beschaving.

Ten slotte leven we in een tijdperk waarin er overheidsinstanties – progressieve regeringen – zijn die kunnen samenwerken met sociale bewegingen in de strijd voor een betere wereld. Het is niet altijd de staat tegen sociale bewegingen. Als we deze coalitie kunnen versterken, zijn we in de best mogelijke positie om de strijd tegen mentale slavernij te winnen.

De aanval op Venezuela en de ontvoering van Maduro en Flores hebben in sommige delen van de activistische beweging veel pessimisme teweeggebracht. Dat is begrijpelijk, maar vanuit een breder perspectief van de DTM is het slechts een nieuwe fase in de wereldwijde oorlog tegen een tanende imperialistische macht. En nu zijn we zelfs beter dan ooit in staat om deze oorlog te voeren, als we de aard ervan maar begrijpen.

 

Sandew Hira

Secretaris van de Decolonial International Network Foundation

Den Haag

1 februari 2026

 

p.s. Een Engelse vertaling van dit artikel verscheen in www.ihrc.org.uk/thelongview.

[1] https://www.telesurenglish.net/diosdado-cabello-demands-the-release-of-president-maduro-and-denounces-imperialist-crimes/ .

[2] https://www.youtube.com/watch?v=P3tkbNB13bE .

[3] https://www.armyupress.army.mil/portals/7/military-review/archives/english/militaryreview_20160228_art008.pdf , p. 1.

[4]Idem.

[5] https://scottritter.substack.com/p/words-matter .​​

[6]Lenin, V. (1902): Wat moeten we doen? Brandende vragen van onze beweging . Marxistisch internetarchief .

De Surinaamse gedwongen bijdrage aan de Nederlandse welvaart is € 250 biljoen

President Simons zei tijdens het Staatsbezoek van Koning Willem Alexander dat we moeten durven om het verleden onder ogen te zien en dat niet moeten verstoppen, ook al is het onaangenaam voor Nederland. Sandew Hira heeft een berekening gemaakt van de gedwongen bijdrage die Suriname geeft geleverd aan de Nederlandse welvaart. Het bedrag is 250 biljoen euro.

De berekening kun je hier downladen.

Koning Willem Alexander heeft de excuses harder nodig dan wij

Sandew Hira

30 november 2025

 

Van maandag 1 tot en met woensdag 3 december brengt Koning Willem Alexander een bezoek aan Suriname. Daar zal hij excuses aanbieden. Die excuses zijn belangrijker voor hem dan voor ons. Waarom?

Suriname staat aan de vooravond van een historische omslag in haar geschiedenis met olie en gas die jaarlijks gemiddeld twee miljard dollar in het laatje zal brengen. De excuses die de koning zal brengen, komt met een komma, gevolg door een eenmalig bedrag van € 61 miljoen. De economische ontwikkeling van Suriname in de komende jaren zal echt niet door die € 61 miljoen worden bepaald en nog minder door excuses.

Excuses hebben betrekking op verantwoordelijkheid te nemen voor historisch onrecht. De Nederlandse misdaad tegen de menselijkheid in Suriname wordt vergoelijkt met het concept van een gedeeld verleden. Dit is een koloniaal en Eurocentrisch concept. Een dader en slachtoffer van een misdaad hebben niets gedeeld. Er is geen gedeelde verantwoordelijkheid van dader en slachtoffer in een misdaad tegen de menselijkheid. De dader heeft de misdaad opgelegd. Er is geen sprake van een gedeeld geschiedenis. Er is sprake van een ongelegde geschiedenis.

Beschaafde en onbeschaafde excuses

Hoe moeten we de excuses van de koning beoordelen. Er is een onderscheid tussen beschaafde en onbeschaafde excuses. De koning heeft tot nu toe onbeschaafde excuses geuit. Tijdens zijn staatsbezoek aan Indonesië in 2020 zei hij: “In lijn met eerdere verklaringen van mijn regering bied ik hiermee mijn excuses aan voor het excessieve geweld aan Nederlandse zijde.” Hij biedt excuses aan voor extreem geweld. Hoe zit het met normaal geweld. Het doodschieten van een Indonesiër met een mitrailleur is extreem en daarvoor biedt hij zijn excuses maar de executie met een pistool is normaal, maar daarvoor biedt hij geen excuses. Dat is een onbeschaafd excuus. De Indonesiërs hebben het aangehoord en zijn doorgegaan met hun leven. De excuses waren belangrijker voor de koning van voor Indonesië.

Op 1 juli 2023 sprak de koning excuses uit in het Oosterpark Amsterdam: “Slavenhandel en slavernij worden erkend als een misdaad tegen de menselijkheid. De stadhouders en de koningen van het Huis van Oranje-Nassau hebben hier niets tegen ondernomen.”

Dit is een onbeschaafd excuus, want het is gebaseerd op een leugen. Het koningshuis was geen toeschouwer, maar deelnemer aan een misdaad tegen de menselijkheid.

Suriname werd in 1667 door de Zeeuwen veroverd op de Engelsen en langdurig bezet. De belangrijkste stadhouder in die periode, Willem III, speelde een directe rol. Hij was via de Sociëteit van Suriname (een particuliere onderneming) mede-eigenaar van de kolonie. Toen Van Sommelsdijck in 1688 werd vermoord, kocht stadhouder Willem III diens aandeel op. Vanaf dat moment was de Stadhouder-Koning zelf voor één derde eigenaar van de kolonie Suriname. Het bestuur en de winst van de kolonie vloeiden dus direct naar hem toe. De Sociëteit was verantwoordelijk voor het bestuur, de rechtspraak en de verdediging, allemaal gericht op het in stand houden van de slavenhandel en slavernij.

Leden van de Koninklijke familie investeerden persoonlijk in de slavenhandel. Prins Willem V, de laatste stadhouder van de Republiek, was  via zijn moeder, prinses Anna van Hannover, aandeelhouder in de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC), een van de grootste slavenhandelaren van de 18e eeuw.

Koning Willem I (regeerde 1813-1840), bijgenaamd de “Koopman-Koning”, was de drijvende kracht achter de NHM. Hij richtte de maatschappij in 1824 op met een duidelijk doel: “de heropleving van de Nederlandse handel en nijverheid, met een sterke focus op de koloniën, vooral Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) en in mindere mate ook op Suriname.” Het startkapitaal van de NHM bedroeg 36 miljoen gulden, verdeeld in 36.000 aandelen van 1.000 gulden per stuk. Koning Willem I tekende bij de oprichting persoonlijk voor 5.000 aandelen, met een totale waarde van 5 miljoen gulden. Dit was een enorm bedrag, zelfs voor een koning. Hij was verreweg de grootste individuele aandeelhouder.

Dit zijn onbeschaafde excuses. Wat zijn beschaafde excuses? Die zijn gebaseerd op een de historische werkelijkheid en niet op koloniale fantasieën. Dit is een checklist die kunt je kunt gebruiken om te beoordelen of in welke mate de excuses beschaafd of onbeschaafd zijn.

  1. Heeft hij excuses aangeboden voor de illegale bezetting van Suriname? Hier ik een tekstvoorstel. “Ik bied mijn excuses aan voor de illegale bezetting van Suriname. We hebben het grondgebied van Suriname gebruikt om ons land te verrijken, maar hebben geen cent huur betaald. Excuses daarvoor. Ik kom nog terug op de onbetaalde huur na de komma.”
  2. Heeft hij excuses aangeboden voor de ellende die Nederland in Afrika heeft veroorzaakt door de Nederlandse mensenhandel? Hier is een tekstvoorstel: “Ik bied excuses aan voor de Nederlandse kidnapping van 720.000 Afrikanen, waar één op de drie onderweg stierven naar de kust en 10% tijdens de gedwongen overtocht naar Suriname. We hebben daarmee de Afrikaanse samenleving grote schade toegebracht door de Nederlandse mensenhandel voor Suriname.”
  3. Heeft hij excuses aangeboden voor onbetaalde arbeid tijdens slavernij? Hier is een tekstvoorstel: “Ik bied excuses aan voor de 4,3 miljoen mensen die Nederland in Suriname tot slaaf heeft gemaakt en onder dwang gratis hebben laten werken. We hebben hen geen cent betaald en zijn rijk geworden door hun arbeid. Excuses daarvoor. Ik kom nog terug op de onbetaalde lonen na de komma.”
  4. Heeft hij excuses aangeboden voor de onderbetaalde lonen aan de nazaten van de Aziatische dwangcontractarbeiders? Hier is een tekstvoorstel: “Ik bied excuses aan de 70.000 Aziatische dwangcontractarbeiders voor onderbetaalde loon. Ik kom nog terug op de onderbetaalde lonen na de komma.”
  5. Heeft hij excuses aangeboden voor de Nederlandse misdaad tegen de menselijkheid tijdens slavernij? Hier is een tekstvoorstel: “Namens het koningshuis bied ik excuses aan, niet voor het wegkijken, maar voor de deelname van het koningshuis aan deze misdaad tegen de menselijkheid.”
  6. Heeft hij excuses aangeboden voor het menselijk leed dat het Nederlands kolonialisme heeft veroorzaakt? Hier is een tekstvoorstel: “Ik bied excuses aan alle mensen in Suriname die geleden hebben onder het Nederlands kolonialisme sinds de bezetting in 1667 tot en met de onafhankelijkheid in 1975. Ik bied excuses voor de moorden de moorden op plantage Zorg en Hoop in 1884, de executies op plantage Mariënburg in 1902, en de executies tijdens de vreedzame protest onder leiding van Anton de Kom in 1933.”
  7. Heeft hij excuses aangeboden voor de schending van mensenrechten na de afschaffing van slavernij? Hier is een tekstvoorstel: “Ik bied excuses aan voor de Nederlandse schending van mensenrechten na de afschaffing van slavernij. Het gaat om de schending van het recht op vrije arbeid tijdens het Staatstoezicht en Aziatische dwangcontractarbeid, de schending va persvrijheid en het recht op vergadering, het recht om de eigen leiders te kiezen.”
  8. Biedt hij excuses aan niet alleen voor historisch onrecht, maar ook voor actueel onrecht door de binnenlandse oorlog te financieren en te dirigeren. Hier is een tekstvoorstel: “Ik bied excuses aan voor het Nederlandse aandeel in de Binnenlandse oorlog die geleid heeft tot 600 doden en die Nederland gesteund heeft met Nf. 31 miljoen en met logistieke en technische middelen?”

Als je luistert naar de excuses houdt dit lijst bij je en bepaal dan in welke mate de excuses hoe beschaafd of onbeschaafd zijn geweest.

Fort Zeelandia: de plek om excuses aan te bieden

Fort Zeelandia is de plek om excuses aan te bieden. Dat is de Nederlandse bezetting van Suriname begonnen. Dat is de plek waar Nederland gedurende trienenhalve eeuw executies heeft uitgevoerd. Daar werden Codjo, Mentor en Present levend verbrand. Daar is een Afrikaanse man aan zijn ribben opgehangen, die door Stedman is afgebeeld. Daar werd de martelingen van de Spaanse bok uitgevoerd. Daar werden Aziatische dwangcontactarbeid opgesloten en gemarteld. Daar is de plek om excuses aan te bieden door de Koning.

Het verleden van Suriname is door Nederland bepaald, de toekomst niet

Gedurende trienenhalve eeuw heeft Nederland de geschiedenis direct bepaald. Ook na de onafhankelijkheid is dat op andere manieren gebeurd. Suriname is nu een soevereine staat. Er is een progressieve leiding van het land die uitgaat van vertrouwen in eigen kunnen. Nederland is in 1980 afgehaakt. Ze heeft de ontwikkelingshulp stopgezet. Suriname is doorgegaan met haar eigen ontwikkeling. De Surinaamse Staatsolie is de motor achter de economische ontwikkeling van Suriname, niet de Nederlandse ontwikkelingshulp. Suriname bepaalt haar eigen toekomst, en Nederland kan dat niet meer tegenwerken, hoogstens steunen in de hoop er zelf nog iets beter van te worden.

En wat de koning betreft. De excuses zijn voor hem belangrijker dan voor Suriname. Zonder excuses gaat het leven in Suriname gewoon door. Met excuses ook. Maar voor hem gaat het om hoe in het reine te komen met zijn geweten en het geweten van het Nederlandse volk.

 

DE HISTORISCHE OORSPONG VAN DE ONAFHANKELIJKHEIDSSTRIJD VAN SURINAME

Op 25 november 2025 viert de Surinaamse gemeenschap 50 jaar onafhankelijkheid. De strijd voor onafhankelijkheid, die eindigde in 1975, begon in 1630, 395 jaar geleden. Om de historische oorsprong van die strijd te begrijpen is een goed begrip nodig van het concept van onafhankelijkheid. Onafhankelijkheid slaat op het loskomen van de bezetting van een land door een buitenlandse mogendheid. Die bezetting had drie dimensies: politiek, economisch en geestelijk.
Het idee van onafhankelijkheid is geen intellectueel idee, maar komt voort uit het verzet tegen het kolonialisme.
De onafhankelijkheidsbeweging van na de Tweede Wereldoorlog is genoegzaam bekend. In zijn boek “Van Priary tot en met De Kom” heeft Sandew Hira de oorsprong van de onafhankelijkheidsgedachte getraceerd in de daden van verzet voor 1940. Hij heeft ze bij elkaar gebracht in dit artikel...

Sandew Hira: Van Priary tot en met De Kom – een dekoloniale geschiedenis van het verzet tegen kolonialisme in Suriname 1630-1940

Eindelijk is het boek er! Veertig jaar na de eerste uitgave heeft Sandew Hira een volledig gewijzigde versie gepubliceerd van zijn boek “Van Priary tot en met De Kom “(528 pagina’s).

De roep om de herschrijving van de Surinaamse geschiedenis is de laatste jaren sterker geworden met de erkenning van slavernij en kolonialisme als een misdaad tegen de menselijkheid. In 1934 publiceerde Anton de Kom een eerste herschrijving van de geschiedenis van Suriname met zijn boek Wij Slaven van Suriname. Die is later teniet gedaan door de school van prof. Rudolf van Lier en zijn volgelingen, die de basis hebben gelegd voor de koloniale geschiedschrijving van Suriname.

De volledige inhoudsopgave kun je hier downloaden.

In 1982 heeft Sandew Hira in navolging van Anton de Kom een tweede poging gedaan om de geschiedenis van Suriname te herschrijven. Hira hanteerde toen een Marxistisch raamwerk.

Vier decennia later heeft hij zich ontwikkeld tot een theoreticus van Decolonizing The Mind (DTM). Hira legt de principes van DTM uit en de toepassing daarvan op de Surinaamse geschiedenis. Daar behandelt hij de volgende onderwerpen: het verzet van de Inheemsen (1678-1684), de soldatenopstand van 1688, het verzet tijdens slavernij, het verzet tijdens het Staatstoezicht en de Aziatische dwangcontractarbeid, het verzet van Para-boeren in 1889, het Killinger complot van 1910, de vrachtvaardersstaking van de Marrons van 1921, de Honger Oproer van 1931 en het verzet van Anton de Kom van 1933. Het boek verder een verzetskalender waarin per dag, maand en jaar de verzetsdaden kort worden omschreven. Ook is er een namenkalender op alfabet van de strijders die bij het verzet betrokken waren. Tenslotte is er een uitgebreide alfabetische index van namen en onderwerpen en een bibliografie van gebruikte bronnen.

Er is een paperback versie (978-90-74897-66-2,€ 35.00) en een hardcover versie (978-90-74897-40-2, € 50,00). Ze zijn te bestellen via de reguliere boekhandel en direct bij uitgeverij Amrit Publishers via email: info@amritpublishers.com. De verzendkosten zijn voor rekening van de uitgever.

Steun de dekolonisatie van de Surinaamse geschiedenis en verspreid dit bericht in je netwerk. Geef het als een mooi cadeau voor feest- of verjaardagen voor jezelf, je collega’s, vrienden/vriendinnen en familieleden.

Verschijningsdatum: 12 november 2025.

 

 

Woensdag 3 september 2025: Decolonial Seminar Series in Lesotho

De DIN afdeling van Universiteit van Lesotho start weer met de Decolonial Seminar Serie, waarbij maandelijks een onderwerp uit het boek van Sandew Hira over Decolonizing The Mind wordt behandeld door een spreker van de universiteit. De eerste bijeenkomst is op woensdag 3 september van 11.00-12.30 Lesotho tijd (zelfde als Nederlandse tijd). Download de folder hier. De seminar is via Zoom te volgen op https://nul-ls.zoom.us/j/83982698521?pwd=fkrWVbdEWK0iz2a7bPDapMpKYfYKkG.1.

Contactpersoon voor de DIN groep in Lesotho is Paul Leshota: Paulleshota@gmail.com.

Download de flyer hier: https://iisr.nl/wp-content/uploads/2025/08/Lesotho-poster-2025-09.pdf

 

Zal Amerika Venezuela militair aanvallen?

Sandew Hira

Den Haag 29 augustus 2025

Inleiding

Amerika heeft zeven oorlogsschepen gestuurd voor de kust van Venezuela. Trump bereid zijn bevolking voor op een Amerikaanse invasie van Venezuela. Op 7 augustus verdubbelden de Amerikaanse ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie de beloning voor informatie die leidt tot de arrestatie van Maduro tot 50 miljoen dollar, nadat ze hem ervan beschuldigden “een van de grootste drugshandelaren ter wereld” te zijn. Amerikaanse functionarissen beschuldigden Maduro en zijn minister van Binnenlandse Zaken, Justitie en Vrede, Diosdado Cabello, van samenwerking met het Cartel de los Soles, een drugskartel die door Washington als een “terroristische” organisatie is aangemerkt. Cabello maakt net als Maduro deel uit van de regerende Verenigde Socialistische Partij van Venezuela (PSUV).

Karoline Leavitt, woordvoerder van het Witte Huis, werd op 21 augustus gevraagd naar de mogelijkheid van Amerikaanse troepen ter plaatse in Venezuela. Ze zei: “President Trump is bereid alle Amerikaanse machtsmiddelen te gebruiken om te voorkomen dat drugs (de VS) binnenstromen. Het Maduro-regime is niet de legitieme regering van Venezuela. Het is een narcoterreurkartel.” Ze voegde eraan toe: “Veel landen in het Caribisch gebied en veel landen in de regio hebben de drugsbestrijdingsoperaties en -inspanningen van de regering toegejuicht.”

Het klimaat wordt geschapen voor een Amerikaanse invasie van Venezuela. Hoe realistisch is dit?

Amerikaanse invasies

Een Amerikaanse invasie van Venezuela zou niet de eerste zijn in Latijns Abya Yala en het Caribisch gebied. In 1961 werd een invasie uitgevoerd in de Varkensbaai in Cuba door Cubaanse ballingen  die waren getraind en gefinancierd door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. De invasie mislukte.

In 1965 viel het Amerikaanse leger met 23.000 militairen de Dominicaanse Republiek binnen om een linkse overwinning bij de verkiezingen van 1962 onder leiding van Juan Bosch de kop in te drukken.

In 1982 viel het Amerikaanse leger met 8000 man het eiland Grenada in na de moord op Maurice Bishop, die volgende op een splitsing van de regerende New Jewel Movement.

De militaire invasie is het laatste middel om linkse regeringen ten val te brengen. Alle andere middelen (militaire coups, economische boycot, destabilisatie door media propaganda) zijn talloze malen ingezet in de afgelopen decennia.

De campagne om de Bolivariaanse revolutie te verslaan

In Venezuela heeft Amerika alles uitgeprobeerd. In 1998 won Hugo Chavez voor het eerste de presidentsverkiezingen in Venezuela. De oppositie weigerde om de uitslag te erkennen en zette haar media en achterban in om het land te destabiliseren. Op 11 april 2002 marcheerden honderdduizenden tegenstanders naar het presidentieel paleis, Miraflores. De oppositie riep op tot een algemene staking om Chávez’ aftreden te eisen. Ze zette gewelddadige bendes om een opstand uit te lokken. Een groep hooggeplaatste militaire officiers, geleid door Generaal Lucas Rincón, ondernamen een coup. Ze arresteerden Chavez en voerden hem af naar een militaire basis. Generaal Rincón kondigde op televisie aan dat Chávez was afgetreden. De leider van de werkgeversorganisatie, Pedro Carmona, riep zichzelf uit tot interim-president. Carmona’s eerste daden waren het ontbinden van het parlement (de Nationale Vergadering), het Hooggerechtshof en de grondwet. Duizenden Chavistas stroomden spontaan naar het paleis Miraflores om Chávez’ terugkeer te eisen. Binnen het leger was er grote woede over de ontbinding van de grondwet en de instituties. Parachutisteneenheden onder leiding van Generaal Raúl Baduel en andere loyalistische eenheden namen het presidentieel paleis in en weigerden de nieuwe regering te erkennen. Zonder brede steun vluchtte Carmona na slechts minder dan 48 uur aan de macht te zijn geweest. In de vroege ochtend van 14 april werd Chávez, die vastzat op een marinebasis, bevrijd door loyalistische troepen en vloog hij terug naar Miraflores om door een overweldigende volksmenigte verwelkomd te worden.

Van december 2002  tot en met februari 2003 organiseerde de oppositie (waaronder leidinggevenden uit de olie-industrie en vakbonden) een algemene staking met als doel Chávez af te zetten door de economie, en vooral de cruciale olie-export, lam te leggen. Er waren gewelddadige acties van de oppositie. De olieproductie daalde catastrofaal, wat de economie miljarden dollars kostte. Uiteindelijk liep de staking op een mislukking uit, wat Chávez’ positie verder versterkte.

De nieuwe grondwet die Chavez in 1999 had geïntroduceerd, had een nieuw democratisch element: de recall referendum. Een recall-referendum is een vorm van directe democratie waarbij kiezers een gekozen functionaris (zoals een president, gouverneur of burgemeester) kunnen afzetten vóór het einde van zijn of haar termijn. Het is een instrument om verantwoording af te dwingen. De initiatiefnemers moeten handtekeningen verzamelen van 20% van het kiezersbestand. De Nationale Kiesraad (CNE) moest de handtekeningen valideren.

In 2004 lukte het de oppositie om handtekeningen te verzamelen voor een recall referendum voor het presidentschap. De CNE schreef het referendum uit voor 15 augustus 2004. De opkomst was 70%. De voorstanders van afzetting van Chavez behaalden 41% van de stemmen en de tegenstanders van afzetting 59%. Chavez bleef aan.

In Venezuela zijn er verkiezingen voor de president, het parlement, 23 staten (Venezuela is een federale staat) en 335 gemeenten. De oppositie heeft nul keren de presidentsverkiezingen, één keer de parlementsverkiezingen (in 2015), 3-5 staten in verschillende verkiezingen en éénderde van de gemeenteraden gewonnen. Sommige van die verkiezingen werden door de oppositie geboycot, maar de verkiezingen waar ze wel aan deelnamen, won ze een minderheid van de zetels in de staten en gemeenteraden.

De verkiezingen voor het parlement in 2015 was een keerpunt in de politieke machtsverhoudingen. De oppositie won 109 van de 167 zetels. In 2018 won Maduro de presidentsverkiezingen, maar het parlement onder voorzitterschap van Juan Guaidó weigerde de uitslag te erkennen. Guaidó riep zichzelf uit tot president en werk als zodanig erkend door Amerika en de Europese Unie. De rest van de instituties in Venezuela (leger, rechterlijke macht) erkenden Guaidó niet en al snel verloor hij het initiatief. Hij vluchtte in 2023 naar Miami.

Een belangrijk instrument om de Bolivariaanse revolutie ten val te brengen is de economische boycot. In 2019 voerde Amerika een embargo in voor de export van Venezuelaanse olie. Wie die olie kocht, kon rekenen op strafmaatregelen van Amerika. Kopers konden geen verzekering krijgen voor tankers. De eigendommen en tegoeden van de oliemaatschappij in de VS werden bevroren. Haar Amerikaanse dochtermaatschappij die in Amerika raffinaderijen en pijpleidingen bezit werden onder beheer geplaatst van Guaidó en zijn vrienden, die vervolgens honderden miljoenen stalen van deze rijke onderneming.

Het ging niet alleen om olie. Landen en bedrijven werden door Amerika gedwongen om geen zaken meer te doen met Venezuela. De economische terugslag was enorm. Ik was in Venezuela in 2019 en zag hoe leeg de winkels waren. De inflatie was enorm. Tussen 2014 en 2021 kromp de economie met naar schatting meer dan 80%.

Sinds 2019 ben ik vier keer in Venezuela geweest. De laatste keer was in januari 2025 bij de inauguratie van Maduro. Ik heb gezien hoe de regering Maduro erin geslaagd was om het economische tij te keren. De laatste keer waren de winkels vol. Ik zag nieuwe malls. De restaurants waren druk bezet. Er was veel economische activiteit op straat. Volgens het IMF was de economie in 2022 gegroeid met 13%, in 2023 met 9% en in 2024 met 8%. Hoe is dat gekomen?

Venezuela is erin geslaagd om nieuwe afzetmarkten voor olie te vinden in Azië (China, Maleisië), in Turkije en andere delen van de wereld. Venezuela heeft ruimte geschapen voor particulier initiatief en veel ondernemers maken daar gretig gebruik van. Uber is verdwenen uit Venezuela, maar jonge Venezuelaanse ondernemers hebben een eigen Uber ontwikkeld niet alleen voor auto’s, maar ook voor bromfietsen.

De economische boycot is nog voelbaar. Er zijn geen rechtstreekse vluchten vanuit Europa naar Venezuela. Turkije is het enige land dat die vluchten uitvoert. Maar de enorme malaise uit 2019 is verdwenen.

Nu is er maar één optie overgebleven om de revolutie te breken: een militaire invasie. Maar dat zal niet zo gemakkelijk gaan. Het Venezuelaanse leger is erop voorbereid. De bevolking is opgeroepen om zich te melden voor de volksmilities. Er zijn in het hele land 15.000 centras ingericht voor de registratie van vrijwilligers voor de volksmilitie, waarvoor zich honderdduizenden hebben aangemeld.

Het is de vraag of de Amerikanen het aandurven om daadwerkelijk een invasie uit te voeren. Met de huidige regering Trump is alles mogelijk, ook deze domme daad die Amerika meer schade zal berokkenen dan Venezuela.

 

Waarom een podium delen van links met Thierry Baudet een strategischer misser is

Een strategische fout

Volkeren voor Vrede (VvV) organiseert in juni een bijeenkomst in Den Haag tegen de NAVO. Ze hebben mij uitgenodigd om te spreken, maar ik ben de hele maand op reis in China. Ze vroegen me om een video van twee minuten te maken en heb toegezegd dat te doen.

Nu hoor ik dat VvV Thierry Baudet heeft uitgenodigd om te spreken, omdat hij zich tegen de NAVO keert. VvV vindt dat een brede eenheid opgebouwd moet worden tegen de NAVO en door Baudet te laten spreken kan zijn achterban gemobiliseerd worden in de strijd tegen de NAVO.

Ik vind dit een strategische fout van VvV waardoor ze het tegenovergestelde bereikt van wat ze beoogt: een brede eenheid tegen de NAVO. Daarom trek ik me terug als (digitale) spreker op de bijeenkomst. Hier zal ik dieper ingaan op deze fout.

Wat is het doel van een brede eenheid?

In Europa van de jaren dertig van de twintigste eeuw was de strategie van het bouwen van volksfront van communisten, sociaaldemocraten, liberalen en christenen tegen fascisme een zeer verstandige strategie. Het fascisme was een beweging dat zich tot doel stelde om een staat te vestigen die een einde zou maken aan de infrastructuur van anti-fascistische volksbewegingen door geweld en ontmanteling van hun organisatiestructuren. Het grotere doel was het redden van de westerse beschaving van het communisme. De strategie van de communisten om een volksfront te bouwen om dat tegen te gaan was strategisch heel correct. Het heeft helaas niet gewerkt in Europa.

In China hebben de communisten onder leiding van Mao Zedong een eenheidsfront met de rechtse Kuomintan (KMT) van Chiang Kai-shek gebouwd om te strijden tegen de invasie van het Japanse leger. Die eenheidsfront heeft wel gewerkt. Japan is verslagen, maar de KMT heeft zich tegen de communisten gekeerd die uiteindelijk de rechtse krachten hebben verslagen. Ze trokken zich terug op het eiland Taiwan.

Een eenheidsfront heeft een doel, namelijk een beweging bouwen tegen extreem-rechts. De NAVO is een extreem-rechtse organisatie die tot doel heeft de Westerse beschaving te redden. Hiervoor voert ze een oorlog op twee fronten: Oekraïne en Palestina en is een derde in voorbereiding: Taiwan.

Het doel van de NAVO wordt helder en duidelijk verdedigd door Baudet: het redden van de Westerse beschaving. Baudet is onderdeel van extreem-rechts. Binnen extreem-rechts zijn er meningsverschillen, maar die zijn niet essentieel.

Het bouwen van een eenheidsfront tegen extreem-rechts gaat niet alleen om het organiseren van speeches tegen de NAVO. Het gaat om het ontwikkelen van relaties tussen bewegingen tegen fascisme. In China gingen de legers van de communisten en de nationalisten samenwerking in acties tegen het Japanse leger. Het ging niet om speeches, maar om mobilisatie van krachten.

Als Baudet spreekt, zien we niet zijn oppositie tegen de NAVO, maar zijn verdediging van de Westerse beschaving, zijn aanval op het Palestijns verzet en zijn racistische campagnes in Nederland. Met zo iemand valt niets te bouwen, want zijn verzet tegen de NAVO is een verzet van één deel van extreem rechts tegen een ander deel. Links mensen hebben daar niets in te zoeken. Daar is het delen van een platform van links met Baudet een strategische fout.

VvV wint een eenheid met Baudet, maar verliest de eenheid met anti-fascistische krachten. Dat is een strategische misser.

Sandew Hira

12 juni 2025

De verrassing van de VHP: klein verlies en grote niet-Hindostaanse steun

Sandew Hira

5-6-2025

Inleiding

De verkiezingen van 2025 zijn aanleiding geweest voor mij om na te denken over de geschiedenis van Suriname, waar land en volk nu staan en de lange termijn toekomst in de komende 50 jaar, vooral met de komende gas en olie boom. Rudolf Elias, voormalig directeur van Staatsolie, heeft in een interessant interview aangegeven dat de inkomsten van de staat met een factor vijf tot zes zouden kunnen gaan groeien in de komende regeerperiode. Dat is enorm. Hoe moet Suriname, en de linkse beweging in het bijzonder, zich hierop voorbereiden? Dat is de vraag die mij bezig houdt. Daarvoor heb je een lange termijn visie nodig. Hoe zou Suriname er de komende vijftig jaar uit kunnen zien? Hoe zouden de economie, de sociale verhoudingen, de politiek en de cultuur zich kunnen ontwikkelen? Ik wil een diepgaand essay schrijven die een kleine bijdrage zou kunnen leveren aan deze discussie. Ik ben begonnen met een analyse van de uitgangspositie. Waar staat Suriname nu? Hoe moeten we de resultaten van de verkiezingen plaatsen in die toekomstvisie? Ik kwam tot een verrassende ontdekking die me deed twijfelen aan de uitgangspunten van mijn analyse. Ik concludeer dat etniciteit in de Surinaamse politiek naar de achtergrond wordt gedrongen. De strijd van de toekomst is een strijd om ideologie, niet om etniciteit. Die conclusie is gebaseerd op een analyse van de stemmen die de VHP heeft behaald. Die analyse wijst uit dat ongeveer de helft van de VHP-stemmen van niet Hindostaanse kiezers afkomstig. Omdat ik me afvraag of ik data wel goed heb geanalyseerd, heb ik besloten om dar deel van de analyse alvast te publiceren. Misschien heb ik iets over het hoofd gezien en kunnen andere analisten dat eruit halen. Ik ga dan verder met het langere essay over de toekomstvisie en zal bekijken of ik die moet bijstellen in de loop van het proces van denken en schrijven.

De historische betekenis van de verkiezingen

De verkiezingen van 2025 zijn van een historische betekenis om drie redenen.

De eerste vrouwelijke president

Jennifer Simons wordt de eerste vrouwelijk president van Suriname. En dat is al een historische gebeurtenis. Na het overlijden van Bouterse is zij gekozen tot de nieuwe partijleider van de NDP. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Maar ze heeft in een korte tijd bewezen dat ze over strategisch inzicht en leiderschapsvaardigheden beschikt waarmee ze Suriname naar een nieuwe fase in haar geschiedenis  kan leiden. Ze heeft ervoor gewaakt om de interne tegenstellingen in haar partij te laten exploderen. Ze heeft de eenheid weten te bewaren en heeft iedereen meegekregen in een nieuw beleid dat erkent dat de NDP in het verleden fouten heeft gemaakt en corruptiebestrijding tot een keerpunt maakt. Een tweede grote verdienste is dat zij snel en met grote voortvarendheid een coalitie heeft weten te smeden met partijen, die de potentie hebben om de historische verandering van Suriname te realiseren. Een coalitie met de VHP heeft minder mogelijkheden hier, zoals ik later zal laten zien.

De breuk met de 8 Decembergroep

De NPS gaat een coalitie aan met de NDP. De NPS onder leiding van Gregory Rusland heeft een historisch besluit genomen om afstand te nemen van de 8 December groep, die iedere samenwerking met de NDP van de hand wijst. Dat betekent een breuk met de kleine maar invloedrijke groep van 8 December mensen, die door Nederland ondersteund wordt. De Waterkant rapporteert over zijn speech op 31 mei 2025 in het partijcentrum: “Volgens Rusland zijn de mensen die betrokken zijn geweest bij de misdaden in 1982 (8 decembermoorden) allemaal veroordeeld terwijl een deel zelf is overleden. Hierdoor is er een andere situatie ontstaan en moet de samenwerking met de NDP geen probleem meer zijn. ‘En wanneer wij dat zien en een kans hebben om een bijdrage te leveren, dan gaat Suriname voor. Zet uw wrok aan een kant. Laten we kijken naar de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen’, zei Rusland.”[1]

Het belang van dit besluit is heel groot. Rusland geeft aan dat in 2015 Desi Bouterse de NPS uitnodigde voor een samenwerking ondanks het feit dat de NDP toen met 26 zetels had gewonnen. De NPS had slechts twee zetels, maar mocht zelf bepalen welke posities zij wilde hebben. Rusland zegt: “En the sky is the limit. En ik kan u zeggen dat al die andere oppositionele partijen op dat moment zaten te springen om zo een offer. In eerste instantie heb ik gezegd dat ik terug moet naar mijn structuren. Maar ik kan u nu al zeggen dat als mijn partij zegt dat wij gaan meewerken, u dan niet moet verwachten dat ik een functie of positie ga innemen. Gaandeweg het gesprek kwam ik tot de conclusie en besluit: meneer Bouterse, de NPS is niet beschikbaar.”[2]

Tien jaren later is er veel veranderd. Bouterse is dood. Er staan nieuwe grote uitdagingen voor Suriname met de gas- en olieboom. De VHP is aan de macht geweest en heeft getoond niet in staat te zijn om het land op een goede manier te leiden. De 8 Decembergroep heeft van zich laten horen bij de coalitievorming, maar Rusland had zijn zaakjes op orde. Hij kreeg volledige steun van zijn partij voor de coalitie. Dat is historisch, omdat het Suriname in staat stelt om het 8 Decemberperiode af te sluiten.

De rol van etniciteit is verminderd ten gunste van de rol van ideologie

Ik heb me bezig gehouden met de rol van etniciteit in de Surinaamse. Veel analisten gaat ervan uit dat die rol allesbepalend is, maar ik trek die benadering in twijfel. In mijn analyse probeer ik de vraag te beantwoorden: hoeveel niet-Hindostanen hebben op de VHP gestemd? Als dat een grote groep is, dan roept het de vraag op: waarom stemmen niet-Hindostanen op de VHP? Ik zal eerst de analyse van de data hier voorleggen.

De verwachtingen

De VHP regering heeft veel kritiek gekregen vóór de verkiezingen. Het gecumuleerde koopkrachtverlies in de periode 2020-2025 is rond 500%.[1] De schandalen rond friends and family benoemingen zouden het vertrouwen in de regering behoorlijk hebben aangetast. Twee coalitiepartijen zijn uit de regering getreden: NPS en PL. De verhouding met ABOP was ook niet geweldig. Er zou sprake zijn van etnische polarisatie. De VHP richt zich alleen op Hindostanen. De VHP zou dramatisch gaan verliezen, zoals de NDP dramatisch had verloren in 2020.

Maar dat is niet zo gebleken. De VHP heeft de verkiezingen verloren, maar op niet een dramatische wijze. De NDP heeft gewonnen, maar het was geen eclatante overwinning.

De NDP ging in 2020 terug van 26 naar 16 zetels. Als het evenredigheidsstelsel zou hebben gegolden, dan zou het verlies nog groter zijn geweest, van 26 naar 12 zetels (54%).

Ik zou een dergelijk verlies ook voor de VHP verwachten gegeven de kritiek op de partij, en wel van 20 naar 10. Maar het verlies van de VHP is beperkt gebleven van 20 naar 17. De winst van de NDP was bescheiden, van 16 naar 18. Als je van het evenredigheidsstelsel zou uitgaan, dan was de winst groter, van 12 naar 18.

Hoe moet je het verkiezingsresultaat van de VHP verklaren en interpreteren? Daarvoor ben ik gaan duiken in de etnische achtergrond van de VHP stemmers.

 

De etnische achtergrond van de VHP stemmers

Ik maak een onderscheid tussen Hindostaanse en niet-Hindostaanse stemmen van de VHP. Ik probeer de vraag te beantwoorden: hoeveel Hindostanen en niet-Hindostanen hebben op de VHP gestemd?

Ik doe dat in zeven stappen.

Stap 1 is het vaststellen van het aandeel van Hindostanen in de Surinaamse bevolking in 2025. We hebben geen officieel percentage voor 2025. Volgens de volkstelling van 2012 was het aandeel 27%. Ik geloof dat dit aandeel alleen maar is gedaald en wel om de volgende redenen. Er is in het algemeen sprake van een dalende trend in het aandeel van Hindostanen in de bevolking. In 1980 was het aandeel van Hindostanen nog 37%. De bevolkingsgroei bij andere groepen, met name de Marrons and de “Gemengden”, is groot. Het aandeel van de Marrons is tussen 2004 en 2012 gegroeid van 15% naar 22%. Het aandeel van de “Gemengden” was in 1980 1-2% en in 2012 13,4%. Als ik in mijn berekningen het percentage van 27% van 2025 hanteer, dan is dat een maximumpercentage. Waarschijnlijk ligt het aandeel in 2025 lager.[2]

Stap 2: Ik maak een schatting van hoeveel Hindostanen überhaupt hebben gestemd in 2025. In 2025 hebben 272.218 mensen gestemd. Het aantal stemgerechtigden is 399.932. Het opkomstpercentage is 68%. Bij de analyse gaan we ervan uit dat het opkomstpercentage onder de diverse etnische groepen gelijk is aan 68%. Dat hoeft niet zo te zijn, maar we hebben geen data van de opkomst per etnische groep. Op basis van het aandeel van 27% en een opkomstpercentage van 68% is het maximale aantal Hindostanen dat gestemd heeft 73.688 (27% * 272.218). Als het aandeel lager is dan 27%, dan is het absolute aantal Hindostanen dat gestemd heeft lager dan 73.688.

Stap 3. Laten we eerst aannemen dat alle Hindostanen op de VHP hebben gestemd. De VHP heeft 86.788 stemmen gekregen. Er zijn in deze stap al 13.100 (86.788-73.688) niet-Hindostanen die op de VHP hebben gestemd. Dat is 15% van alle VHP stemmen. Dat is geen gering aandeel.

Stap 4. Op basis van een naamsanalyse probeer ik vast te stellen of een kandidaat een Hindostaan of niet-Hindostaan is. Misschien heb ik hier fouten gemaakt. Soms kan een niet-Hindostaan een Hindostaanse naam hebben en omgekeerd kan een Hindostaan een niet-Hindostaanse naam hebben. Maar dat betekent niet dat die methode waardeloos is. Adhin is een Hindostaan en Brunswijk niet. Dat is duidelijk. Tabel 1 bevat het resultaat van de naamsanalyse van de gepubliceerde voorkeurstemmen per kandidaat.[3]

Tabel 1: Kandidaten naar partij, voorkeurstemmen en Hindostaan zijn

Partij Kandidaat Aantal Hindostaan
VHP Santhoki 45.745 Ja
NDP Simons 41.610 Nee
NDP Adhin 19.173 Ja
ABOP Brunswijk 19.115 Nee
VHP Mathoera 10.571 Ja
VHP Dasai 9.190 Nee
NPS Rusland 8.537 Nee
NDP Ingrid Bouterse 6.880 Nee
NPS Atompai 6.530 Nee
NDP Misiekaba 4.194 Nee
PL Bronto Somohardjo 4.065 Nee
NPS Etnel 3.581 Nee
VHP Jogi 3.089 Ja
NDP Lalbiharie 2.797 Ja
NPS Pawiroredjo 2.784 Nee
NPS Diana Pokie 2.504 Nee
BEP Asabina 2.452 Nee
A20 Reyme 2.430 Nee
A20 Baasaron 2.319 Nee
ABOP Bee 2.247 Nee
PL Ramsaran 2.207 Ja
NDP Akiemboto 2.134 Nee
VHP Sharman 2.074 Ja
NDP Noersalim 1.878 Nee
NPS Hellings 1.837 Nee
ABOP Vorswijk 1.673 Nee
NDP Sadi 1.307 Nee
VHP Gajadien 1.262 Ja
VHP Biharie 1.230 Ja
NDP Asodanoe 1.136 Nee
ABOP Abiamofo 1.004 Nee
VHP Kasdjo 995 Nee
DA’91 Del Castillio 917 Nee
NDP Afonsoewa 910 Nee
NDP Edwards 786 Nee
VHP Koendanlal 778 Ja
OPTSU Taus 768 Ja
NDP Marengo 764 Nee
NDP Baabo 748 Nee
VHP Thakoer 732 Ja
NDP Jones 702 Nee
NPS Jeffrey Lau 640 Nee
VHP Durga 616 Ja
VHP Lalmahomed 603 Ja
ABOP Amafo 603 Nee
BEP Tamin 584 Nee
VHP Amatmohamed 571 Nee
NDP Sapoen 568 Nee
VHP Raghoenandan 565 Ja
VHP Kandhai 557 Ja
ABOP Koniki 553 Ja
BEP Dikan 545 Nee
A20 Breeveld 533 Nee
VHP Abdul Mohamad 511 Ja
NDP Stephen Tsang 507 Nee
VHP Nagessar 497 Ja
BEP Winston Lame 492 Nee
NDP Cotino 486 Nee
VHP Sahadew-Lall 473 Ja
VHP Roy Mohan 465 Ja

 

Het totaal aantal voorkeurstemmen van kandidaten waarvan vastgesteld is of ze wel of niet Hindostaan zijn is 236.024, dat is 86% van de uitgebrachte stemmen.

Stap 5: Ik ga voor de calculatie ervan uit dat de Hindostaanse kandidaten alleen Hindostaanse stemmen trekken en niet Hindostaaanse kandidaten alleen niet-Hindostaanse stemmen trekken. Dat is niet juist, maar we houden het als veronderstelling aan. Als we alle stemmen van de Hindostaanse kandidaten optellen, dan komen we uit op 95.266 stemmen, dat is 21.578 stemmen meer dan het maximaal aantal Hindostaanse stemmen van 73.688. Dat betekent dat 23% van de stemmen van de Hindostaanse kandidaten afkomstig is van niet-Hindostaanse stemmers.

Stap 6. De VHP had twee Javaanse kandidaten, Dasai en Kasdjo. Zij hebben samen 10.185 stemmen behaald. Die trekken we af van het totaal aantal van 86.788 VHP stemmen. Dan blijven er 76.603 VHP stemmen over van wie de etniciteit moet worden ingeschat.

Stap 7: De NDP had twee Hindostaanse kandidaten: Adhin en Lalbiharie. Zij hebben samen 21.970 stemmen behaald. Stel dat dit allemaal Hindostaanse stemmen zijn, dan moet je dat aftrekken van 76.603 VHP stemmen en blijven er 54.633 VHP stemmen, waarvan de etniciteit niet onduidelijk is. Als ze allemaal Hindostaanse stemmen zouden zijn, dan  zou het betekenen dat 63% van alle VHP stemmen Hindostaans is en 37% niet Hindostaan. Dus ruim éénderde van de VHP stemmen komt van niet-Hindostanen.

Ik schat in dat Simons ook Hindostaanse stemmen getrokken heeft en Santhoki ook niet-Hindostaanse stemmen getrokken heeft. Dat betekent dat het aantal Hindostaanse stemmen voor de VHP veel minder kan zijn dan 63%. Ik acht het heel goed mogelijk dat de helft of meer VHP-stemmen van niet-Hindostanen afkomst is.

De berekening in de verschillende stappen is opgenomen in tabel 2.

Tabel 2: Calculatie van Hindostaanse en niet-Hindostaanse stemmen van de VHP

 De implicaties

Wat zijn de implicaties van deze analyse? Ik vestig de aandacht op drie punten.

Het eerste punt betreft een verklaring van de feiten. Als de VHP een groot aantal niet-Hindostaanse stemmen getrokken, mogelijk de helft of meer, wat is dan de reden hiervoor? Veel analisten die zijn blijven steken in etnische analyses van sociale processen in Suriname doen dat niet op basis van feiten, maar op basis van impressies en oude oordelen. Het opleidingsniveau van de Surinaamse bevolking stijgt. De bronnen van informatie over wat er gebeurt in de wereld zijn door internet en sociale media enorm gegroeid. Etnische identiteit is een belangrijke bron voor waarden en normen, maar niet de enige bron. Mensen kijken niet alleen naar etnische identiteit. In onze analyse moeten we ons laten leiden door feiten. En die feiten geven aan dat de VHP, die gezien wordt als een Hindostaanse partij, een relatief groot electoraat heeft van niet-Hindostaanse kiezers. Die moet op andere gronden stemmen voor de VHP dan op grond van etniciteit. Ik denk dat het gaat om ideologie. De VHP staat voor een conservatieve ideologie. Ze is pro-Nederland en pro-Amerika. Ze staat voor neoliberale economische politiek. De NDP staat voor een progressieve ideologie, al is die ideologie niet volledig uitgewerkt. Dekolonisatie is een issue dat vaker voorkomt bij de NDP en afwezig is bij de VHP.

Er is een brede ideologische steun voor conservatisme in Suriname. De Vereniging van Economisten in Suriname propageert een neoliberale economische politiek en presenteert dat als deskundigheid in plaats van ideologie. De media zijn over het algemeen pro-Nederland en pro-Amerika. In tegenstelling tot andere landen is de universiteit niet het centrum van kritisch en dekoloniaal denken, maar onderdeel van de infrastructuur voor de promotie van Eurocentrische kennis. De VHP hoeft niet veel te doen om haar conservatieve ideologie in de samenleving te gronden. Het is er al.

De Surinaamse bevolking van 2025 is niet die van 1950. Het opleidingsniveau is gestegen. Het formele onderwijs is niet de enige toegang to educatie. Sociale media zijn een nieuwe belangrijke bron van educatie. Mensen lopen niet als een kip zonder kop achter politieke leiders aan en stemmen niet alleen meer op mensen op wie ze lijken en kijken ook naar mensen waar ze een ideologische verwantschap mee hebben.

Het tweede punt is de betekenis van deze conclusie voor politieke strijd. Politieke strijd zal in de toekomst in toenemende mate ideologische strijd zijn, een strijd om ideeën. Die strijd win je niet met scheldpartijen en verwijten. De liberaal-conservatieve ideologie moet een antwoordt krijgen in een progressieve ideologie. Vroeger was dat socialisme. Intussen is er veel veranderd in het progressieve spectrum met name door de val van het Soviet blok. Progressief stond gelijk aan seculier vanwege de scheiding van kerk en staat. Internationaal worden ook niet seculiere bewegingen die anti-imperialistisch zijn gerekend tot het progressieve kamp.

Een kernverschil tussen conservatieve en progressieve ideologieën is het vraagstuk van sociale rechtvaardigheid. In het liberalisme is dat geen aandachtspunt. In het socialisme werd gedacht dat staatseigendom van productiemiddelen en een planeconomie zou leiden tot sociale rechtvaardigheid. De ervaringen van de Sovjet Unie heeft laten zien dat dat niet zo is. Sociale rechtvaardigheid kan verschillende ideologische bronnen hebben zowel seculiere (socialisme) als niet-seculiere (Christendom, Islam, Afrikaanse Ubuntu filosofie, Hindoeïsme).

De regering van Jennifer Simons en Gregory Rusland heeft sociale rechtvaardigheid hoog in het vaandel staan. De intentieverklaring van de zes partijen stelt: “Wij kiezen voor een bestuur dat luistert, handelt en verenigt. Een bestuur dat zich inzet voor sociale rechtvaardigheid, duurzame groei en nationale eenheid. In een tijd van mondiale onzekerheid en lokale uitdagingen zijn transparantie, daadkracht en samenwerking onmisbaar.”

De komen jaren moet die intentie worden ontwikkeld naar een lange termijn visie over hoe de Surinaamse samenleving in te richten op basis van sociale rechtvaardigheid.

Mijn derde punt betreft de NDP. Zij kan in de toekomst een cruciale rol spelen in de ontwikkeling van een lange termijn visie gebaseerd op sociale rechtvaardigheid en dekolonisatie. De partij heeft zich hersteld van het verlies van 2015, maar dat herstel is niet volledig. In 2015 had ze 117.571 stemmen. In 2025 was dat gedaald tot 93.278, een verlies van 24.293 stemmen in tien jaar. De VHP heeft een vergelijkbaar verlies geleden in vijf jaar. In 2020 had ze 108.378 stemmen en vijf jaar later 86.788, een verlies van 21.590.

De komende jaren zal niet alleen een politieke strijd zijn tussen NDP en VHP, maar ook een ideologische strijd. De VHP is in het voordeel omdat de conservatieve ideologie sterkt geworteld is in het Surinaamse intellectuele klimaat. Het antwoord van de NDP zou moeten liggen in kadervorming en een Surinaamse uitwerking van de theorie van dekolonisatie.

Het is een grote uitdaging voor de komende jaren om dat op te bouwen.

Hoe verder

Ik werk aan een diepgaand essay dat dekoloniale theorie vertaalt naar een lange termijn visie voor Suriname en praktisch beleid. Het is gebaseerd op het theoretisch kader dat in ontwikkeld heb in mijn boek Decolonizing The Mind – a Guide to Decolonial Theory and Practice (Amrit Publishers, 2003).

Ik onderscheid drie invalshoeken om te komen tot een lange termijn visie voor de sociaal-economische ontwikkeling van een land:

  • De theoretische invalshoek. Hoe hebben theoretici nagedacht over de lange ontwikkelingen van samenlevingen? Wat zijn hun opvattingen en in hoeverre zijn ze relevant voor Suriname?
  • De ervaringen van anderen landen. Welke landen hebben met succes lange termijn visie geïmplementeerd en wat kunnen we daarvan leren?
  • De ervaringen van Suriname. Hoe is er in Suriname nagedacht over een lange termijn visie?

Op basis van deze invalshoeken maak ik uitwerkingen voor een dekoloniale toekomstvisie voor Suriname. Ik baseer me niet alleen op literatuurstudie. Ik heb de waarde gezien van gesprekken met intellectuelen van andere landen uit de Global South, liefst face-to-face interacties.

Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik als secretaris van Decolonial International Network Foundation (DIN) een internationaal netwerk heb opgebouwd van denkers over een nieuwe wereldbeschaving. Ze komen uit verschillende landen met verschillende ervaringen en visies. Daar leer ik veel van. Ik zou willen bevorderen dat denkers uit Suriname mee gaan doen in dit netwerk.

Een belangrijke discussie die daar plaats vindt, gaat over een lange termijn visie op de wereld. We zijn aan het eind van historische fase van vijf honderd jaar waarin het Westers kolonialisme de wereld heeft gedomineerd: economisch, sociaal, politiek, militaire cultureel. Er is een nieuwe wereld in opkomst met Rusland, China en Iran in de voorhoede, met BRICS als een nieuwe economische macht en dekolonisatie als een alternatieve ideologie. Een lange termijn visie voor Suriname zou ingebed moeten zijn in een lange termijn visie over een nieuwe wereldbeschaving. Dat is het meest effectieve antwoord op neoliberalisme en conservatisme. In het essay wil ik die verbinding maken.

Ik hoop het essay voor het eind van dit jaar nog te kunnen publiceren. In de maand juni zal ik door China reizen en twee lezingen in Beijing en één in Shanghai geven. Later in het jaar ben ik in Rusland en Qatar. In Rusland ben ik uitgenodigd door een denktank (Foundation for Development and Support of the Valdai Discussion Club) om deel te nemen aan een conferentie in Sochi dat gaat over de transitie naar een nieuwe wereld. In Qatar ga ik op uitnodiging van de Nortwestern University in Qatar in discussie met Arabische intellectuelen over hun visie op de toekomst van de wereld. Twee vakgroepen van de universiteit hebben mijn boek als leerstof voorgeschreven voor hun studenten.

Ik wil deze ervaringen meenemen in mijn essay. Ik hoop hiermee een kleine bijdrage te leveren aan de discussie waar over de lange termijn toekomst van Suriname.

[1] https://www.waterkant.net/suriname/2025/06/01/rusland-aan-npsers-suriname-gaat-voor-zet-uw-wrok-aan-een-kant/.

[2] Idem.

[1] https://surinamenieuwscentrale.com/gecumuleerde-inflatie-afgelopen-4-jaar-boven-de-400-procent.

[2] ABS (2013): Resultaten Achtste Volks- en Woningtelling in Suriname. Volume 1, Paramaribo, p. 23.

[3] De bron bestaat uit verschillende artikelen in Starnieuws.

Institute for Decolonizing The Mind (DTM)